Rijtheorie HubCBR-theorie oefenen in 12 talenGratis in de App Store
Openen
Home › Tools › Ezelsbruggetjes

99 ezelsbruggetjes voor het theorie-examen

Feiten en getallen uit de app, elk met een geheugensteuntje.

Alcohol en rijgeschiktheid (11)Verkeersregels (21)Verkeersborden (6)Bijzondere omstandigheden (11)Voertuigkennis (11)Voorrang (11)Kwetsbare weggebruikers (5)Bijzondere manoeuvres (11)Milieu en zuinig rijden (6)Snelweg en autoweg (6)

Alcohol en rijgeschiktheid

🍺🚗0️⃣5️⃣Ervaren bestuurder: maximaal 0,5 promille alcohol in het bloed.

Stel je een half glas bier voor dat perfect doormidden is gesneden: 0,5 = de HELFT. De ervaren bestuurder mag maar tot de helft gaan, geen druppel meer.

🔰🍺0️⃣2️⃣Beginnend bestuurder (eerste 5 jaar): maximaal 0,2 promille.

De 2 van 0,2 lijkt op een zwaan die NEE schudt: de beginner met zijn L-plaatje mag bijna niets. 2 kleine slokjes en het is al te veel.

🔰🖐️🗓️🚗Je bent beginnend bestuurder de eerste 5 jaar na je eerste rijbewijs (7 jaar als je onder de 18 met bromfiets begon).

Steek je HAND op: 5 vingers = 5 jaar op de proef. Vijf jaar lang draag je onzichtbaar het groene 'beginner'-schildje.

🔰0️⃣2️⃣🎓0️⃣5️⃣Ezelsbruggetje: Beginner = 0,2 (klein), Ervaren = 0,5 (groter). Meer ervaring, iets meer marge.

Denk aan een trap: de beginner staat op tree 2, de ervaren rijder is 3 treden hoger op tree 5. Ervaring klimt van 2 naar 5.

🚫🍺👮💸Boven de limiet: boete, en bij veel alcohol een rijverbod of ongeldig rijbewijs. De veiligste regel: BOB drinkt niet.

Stel je BOB voor met een grote 0 op zijn shirt: nul glazen, nul zorgen. Elke druppel is een euro uit je zak.

Beginnende bestuurders (rijbewijs korter dan 5 jaar, of korter dan 7 jaar als je eerste rijbewijs een AM- of T-rijbewijs van vóór je 18e was) mogen maximaal 0,2 promille alcohol in hun bloed hebben.

Denk: '2 = te nieuw'. De beginner is nog 'bijna nul' waard achter het stuur, dus bijna geen druppel: 0,2.

Ervaren bestuurders (rijbewijs 5 jaar of langer) mogen maximaal 0,5 promille alcohol in hun bloed hebben.

5 jaar ervaring hoort bij 0,5 promille: de twee vijven vallen op hun plek, ervaring en limiet groeien samen.

Zelfs onder de wettelijke limiet mag je niet rijden als je door alcohol niet meer veilig kunt rijden; de politie kan je dan alsnog uit het verkeer halen.

De limiet is een plafond, geen vrijbrief: onder 0,5 wankelen betekent nog steeds instappen = uitstappen van de politie.

Sommige medicijnen verminderen je rijgeschiktheid; let op de gele waarschuwingssticker of de bijsluiter en rijd niet als daar staat dat het de rijvaardigheid beïnvloedt.

Gele sticker = geel stoplicht: geel op het doosje betekent stoppen met rijden, niet doorrijden.

Rijd nooit als je vermoeid bent; vermoeidheid vertraagt je reactietijd en kan een microslaap veroorzaken van enkele seconden waarin je de macht over het stuur verliest.

Een microslaap van 4 seconden bij 100 km/u = ruim 100 meter blind rijden: je auto legt een voetbalveld af terwijl jij 'even' de ogen dicht hebt.

Bij vermoeidheid helpt alleen echt rusten: stop, neem pauze en slaap eventueel; koffie, harde muziek of een raam open zijn slechts korte, onbetrouwbare noodgrepen.

Koffie plakt geen slaap weg: het is een pleister op vermoeidheid, alleen slaap laadt de accu echt op.

Verkeersregels

🏙️5️⃣0️⃣Binnen de bebouwde kom mag je maximaal 50 km/u.

Zie een reuzenzwaan (5) die op een leeg bord (0) drijft in de gracht: 50 door de stad. De zwaan sist naar iedereen die harder wil: 'Rustig, dit is de kom!'

🐄8️⃣0️⃣Buiten de bebouwde kom mag je maximaal 80 km/u.

Buiten de stad staat een dikke koe met een 8 op haar buik (twee ronde vlekken) naast een rond hooibaal-nul: 80 langs de weilanden. 'Boe-tenaf tachtig!' loeit ze.

🚗🔴1️⃣0️⃣0️⃣Op de autoweg (rood bord met witte auto) mag je maximaal 100 km/u.

Autowég = één auto op een rood bord, en één auto rijdt honderd: 1 met twee wielen erachter = 100. Onthoud: rode auto, ronde honderd.

🛣️☀️1️⃣0️⃣0️⃣🌙1️⃣3️⃣0️⃣Op de autosnelweg mag je 130 km/u, maar overdag tussen 06.00-19.00 uur geldt 100 km/u.

Op de snelweg slaapt de 130 overdag uit: als de zon schijnt (6-19u) mag je maar 100, pas als de maan opkomt spring je naar 130. Zon = honderd, maan = meer.

🏙️5️⃣🐄8️⃣🚗🔟🛣️1️⃣3️⃣Zonder borden geldt: bebouwde kom 50, buiten de kom 80, autoweg 100, autosnelweg 130 (overdag 100).

Loop de trap op: stad 5, koeien 8, auto 10, snelweg 13 — plak er een 0 aan en je hebt 50-80-100-130. Elke stap naar buiten wordt de weg breder en het getal groter.

🚗💨🕐2️⃣Houd minstens 2 seconden afstand tot je voorganger. Tel als de auto voor jou een punt passeert: '21... 22' — kom jij eerder, dan zit je te dicht.

Stel je voor dat er tussen jou en de voorganger twee dikke tellende krokodillen op de weg liggen: '21-krokodil, 22-krokodil'. Zijn ze geplet, dan reed je veel te kort!

🧠➕🛑🟰📏De stopafstand bestaat uit reactieafstand (tijdens het reageren) + remweg (tijdens het remmen). Samen bepalen ze hoe ver je nog doorrijdt tot stilstand.

Denk aan een estafette: eerst rent je BREIN met het stokje (reactieafstand), dan pakt de REM het over (remweg). Twee lopers achter elkaar = de totale stopafstand.

⏩2️⃣✖️4️⃣📏De remweg groeit met het KWADRAAT van de snelheid: rij je twee keer zo snel, dan is je remweg ongeveer VIER keer zo lang.

Snelheid verdubbelt, remweg verKWADRAAT: 2 wordt 4! Zie een elastiek dat je dubbel zo hard uitrekt en het schiet vier keer zo ver weg.

🌧️🛞🧼➡️📏Op een natte weg is de remweg langer dan op een droge weg: minder grip, dus meer afstand houden en rustiger remmen.

Stel je voor dat je remt op een badkamervloer vol zeep: je banden GLIJDEN door en je schuift veel verder door. Nat = zeepglijbaan = langere remweg.

🌫️❄️➕🕐🚗Bij slecht zicht, regen, ijzel of hoge snelheid vergroot je de volgafstand: meer dan 2 seconden, want reageren én remmen kosten dan meer meters.

Regel: hoe slechter het weer, hoe meer krokodillen erbij. Bij regen leg je een DERDE tellende krokodil op de weg: '21, 22, 23' — extra ruimte redt je bumper.

🌫️🚗2️⃣0️⃣0️⃣Mistvoorlicht (voor) mag alleen AAN als mist, sneeuw of regen het zicht ernstig belemmert; vuistregel: zicht onder 200 meter (de wet noemt geen afstand).

VOOR = Ver kijken: je tuurt door een muur van mist en pas als je twee voetbalvelden (2 x 100 m = 200 m) niet meer ziet, klik je het mistvoorlicht aan. 'Voor bij tweehonderd!'

🌫️🔴5️⃣0️⃣Mistachterlicht (achter) mag alleen AAN bij mist of sneeuwval met zicht minder dan 50 meter.

ACHTER = Rood en dichtbij: het felle rode mistachterlicht is zo verblindend dat je het pas AAN mag als mist of sneeuw je zicht beperkt tot minder dan 50 meter (een half voetbalveld). 'Achter bij vijftig!'

🚗2️⃣0️⃣0️⃣🔴5️⃣0️⃣Onthoud het verschil: mistVOORlicht bij ernstig belemmerd zicht (vuistregel 200 m), mistACHTERlicht pas onder 50 m (wettelijke grens).

Rijm-truc: 'Voor is Ver (200), Achter is dichtbij (50).' De grootste afstand kijkt naar VOREN, het kleine getal blijft ACHTER — net als een kind dat achterblijft, klein en dichtbij.

🌙💡🚗Bij duisternis rijd je met dimlicht (gewone koplampen), niet met alleen stadslicht.

Zodra de maan opkomt en het donker wordt, doe je de 'dim'-schakelaar om: dimlicht is je nachtbril. Stadslicht alleen is als autorijden met een zonnebril in het pikkedonker — veel te weinig licht.

🏟️🏟️🌫️🔴200 m = twee voetbalvelden (vuistregel voor mistlampen vóór; de wet noemt geen afstand), 50 m = een half voetbalveld (wettelijke grens mistachterlicht).

Beeld: een reuze-mistwolk slokt eerst twee hele voetbalvelden op (200 m) → mistvoorlicht aan. Wordt het nog dikker en verdwijnt zelfs een half veld (50 m) → nu ook het rode mistachterlicht aan.

Rechts houden is de hoofdregel: je rijdt zo veel mogelijk rechts, ook op een weg met meerdere rijstroken buiten de bebouwde kom. De linkerrijstrook is alleen om in te halen, daarna voeg je weer rechts in.

Denk aan een gang in een bibliotheek: je loopt rechts, gebruikt het midden alleen om iemand voorbij te gaan en schuift meteen weer rechts. RECHTS = je vaste plek, LINKS = alleen passeren.

Inhalen doe je in principe links. Je haalt alleen in als je genoeg zicht en ruimte hebt om veilig terug te keren zonder de ingehaalde bestuurder te hinderen.

Linkerhand = Langs. Beide beginnen met een L: je gaat er LANGS aan de LINKERkant. Zie je het einde van de inhaalactie niet, dan blijf je gewoon achter.

Rechts inhalen mag alleen bij een file of langzaam rijdend verkeer: als de rijstroken naast elkaar met verschillende snelheden rijden, mag je de rechterstrook sneller berijden. Buiten die situatie is rechts inhalen verboden.

'File = Filerij, dan mag rechts erbij.' Alleen als het vastloopt en de stroken kruipen, mag rechts sneller. Vrije baan? Dan blijft rechts inhalen taboe.

Je mag NIET inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats en niet vlak voor of op een overweg (spoorwegovergang). Ook niet waar je onvoldoende zicht hebt, zoals bij een bocht of de top van een heuvel.

De 'ZEBRA-SPOOR-BOCHT' stopregel: op strepen (zebra), op rails (overweg) en in het blinde (bocht/heuvel) blijft je stuur recht — niet inhalen.

Wil een bestuurder voor jou naar links afslaan en heeft die zich al naar links opgesteld, dan haal je die juist rechts in. Dit is een uitzondering waarbij rechts passeren wel is toegestaan.

'Hij naar links, jij erlangs rechts.' De afslaander maakt links vrij, dus jij glipt er logisch rechts voorbij — spiegelbeeld van elkaar.

Als je zelf wordt ingehaald, mag je niet sneller gaan rijden. Je houdt je snelheid aan (of vermindert die zo nodig) en houdt zo veel mogelijk rechts, zodat de inhaler veilig terug kan voegen.

Wees een 'nette gastheer': als iemand langs jou wil, doe je een stapje opzij (naar rechts) en geef je geen gas. Gas geven bij inhalen = onbeleefd én verboden.

Verkeersborden

🔴⭕🚫Rond bord met rode rand = VERBOD (iets mag niet).

Rood = stoplicht van je moeder: rond en rood betekent 'RONDUIT verboden!'. De rode ring is een handboei die om je pols klikt zodra je iets wilt doen wat niet mag.

🔵⭕➡️Rond bord, blauw = GEBOD (dit moet je doen, bv. verplichte rijrichting).

Blauw = de blauwe lucht waar een engel je bij de hand pakt en zegt: 'jij MOET deze kant op'. Rond blauw = braaf gebod, geen keuze.

🔺❗⚠️Rode DRIEHOEK (punt omhoog) = WAARSCHUWING voor gevaar.

Een driehoek met de punt omhoog is een uitroepteken zonder stip: 'Let op!'. De drie scherpe hoeken prikken in je aandacht: gevaar komt eraan.

🟨🔶🛣️Gele RUIT (diamant) = VOORRANGSWEG; jij hebt voorrang.

Een gele diamant is jouw koninklijke kroonjuweel: zolang die glimt, ben jij de koning van de weg en buigt iedereen voor jou. Geel = goud = voorrang.

🔻⬇️🅿️Omgekeerde DRIEHOEK (punt omlaag) = VOORRANG VERLENEN aan bestuurders op de kruisende weg.

De punt wijst naar de grond: hij duwt jouw gaspedaal naar beneden en zegt 'rustig, laat de ander eerst'. Punt omlaag = jij omlaag in rang = voorrang verlenen.

🛑🐙✋ACHTHOEK (STOP-bord) = volledig stilstaan, ook als de weg vrij is, dan pas doorrijden.

Acht hoeken = de acht armen van een octopus die je auto vastgrijpen tot je 100% stilstaat. Achthoek heeft 'acht' in zich: acht tellen stilstaan!

Bijzondere omstandigheden

🌉❄️🥶Bij vorst bevriezen bruggen en viaducten het eerst: koude lucht stroomt er ook van onderen langs.

Stel je een brug voor die het koud heeft van ONDER en BOVEN — daarom trekt hij als eerste een ijsjas aan. De weg op de grond heeft de warme aarde als deken; de brug hangt in de lucht en rilt het eerst.

🚗💦🏄Aquaplaning: bij hogere snelheid op nat wegdek verliezen de banden grip en 'zweeft' de auto op water. Verlaag je snelheid.

Hoe harder je gaat, hoe meer je auto een SURFPLANK wordt: de banden kunnen het water niet meer wegduwen en je surft stuurloos verder. Gas eraf = plank zakt terug in de zee en grijpt weer.

🌫️🔦2️⃣0️⃣0️⃣Bij mist die het zicht ernstig belemmert (vuistregel < 200 m) mag je mistlampen voor gebruiken; het mistachterlicht mag ALLEEN bij zicht < 50 m aan.

Tel de nullen als voetbalvelden: bij 200 m (twee-honderd) mag de VOORlamp aan, maar de felle ACHTERlamp is zo verblindend dat je 'm pas mag als de mist je bijna opslokt — 50 m, een halve nul minder. Voor = ver (200), Achter = akelig dichtbij (50).

🌬️🌉🚚Zijwind is het sterkst op open wegen, bruggen en bij bosranden/viaducten; houd het stuur stevig vast en let op inhalende vrachtwagens.

Op de open weg is de wind een onzichtbare REUS die tegen je auto duwt — maar achter een passerende vrachtwagen valt hij even weg, en zodra je erlangs bent geeft hij je een KLAP terug. Grijp het stuur als een stuurman in de storm.

🌫️🚗🧱Bij mist: snelheid fors omlaag, meer afstand houden en NOOIT de grote (verre) lichten gebruiken — die weerkaatsen als een witte muur.

Zet je grote licht aan in de mist en je bouwt een WITTE MUUR pal voor je neus — het licht kaatst terug en je ziet nog minder. Dimlicht = door de mist prikken; groot licht = tegen de muur botsen.

In een tunnel doe je altijd je dimlicht aan, ook overdag. Houd extra afstand tot je voorganger: als richtlijn minstens 2 seconden, en let op de aangegeven minimumafstand op verkeersborden of matrixborden in de tunnel.

Denk: 'Tunnel = tunnelvisie, dus laat je zien.' Zodra het donker wordt bij de ingang klik je je dimlicht aan alsof je een zaklamp aandoet in een grot, en je houdt twee tellen lucht tussen jou en de auto voor je.

Bij pech in een tunnel: alarmlichten aan, zo dicht mogelijk tegen de wand, motor uit en de sleutel in het contact. Loop langs de wand naar de hulppost en bel de verkeersleider. Moet je de tunnel uit (bijvoorbeeld bij brand), dan via de vluchtdeur: volg de groene bordjes.

Beeld je in: 'Sleutel in het slot, groen naar buiten.' Je laat de sleutel achter zodat de hulpdiensten je auto kunnen wegrijden, en de groene lampjes trekken je als een uitgangsbordje in de bioscoop naar de veilige deur.

Bij harde zijwind moet je het stuur stevig met beide handen vasthouden en sturen corrigeren. De wind kan je zijwaarts de weg op duwen; ga daarom rustiger rijden (snelheid minderen) om de auto beter onder controle te houden.

Denk aan 'twee handen aan het roer' als een zeiler in de storm: hoe harder de vlaag, hoe steviger je grip en hoe zachter je gaspedaal. Minder gas = minder speelbal van de wind.

Op open plekken zoals dijken, bruggen, viaducten en bij bosranden of tunnelmonden komt de zijwind plotseling opzetten of juist wegvallen. Wees daar extra alert: anticipeer op een windstoot zodra je uit de beschutting komt.

Onthoud: 'Achter de boom is het rustig, na de boom slaat de wind toe.' Elke keer dat je uit de luwte van een bosje, viaduct of hoge vrachtwagen schiet, wapen je je stuur voor die onzichtbare duw.

Als je bij harde zijwind een vrachtwagen of bus inhaalt (of hem tegenkomt), val je eerst in de luwte en krijg je daarna direct de volle windstoot. Houd het stuur goed vast en stuur meteen bij op het moment dat je het voertuig passeert.

Zie het als een 'wind-sandwich': naast de vrachtwagen is het even stil, maar zodra je z'n neus voorbij bent geeft de wind je een klap. Verwacht de tik en corrigeer, dan slinger je niet de andere baan op.

Rijd niet door water als je de diepte niet kunt inschatten; water op de weg kan dieper zijn dan het lijkt. Rijd er anders stapvoets doorheen, en test daarna voorzichtig je remmen (rem even licht) omdat natte remmen minder goed werken. Bij aquaplaning: niet remmen of sturen, maar gas loslaten en de auto laten uitrollen.

Onthoud '3 W's: Wandeltempo, Water testen, Wegrollen.' Door plassen kruip je op wandelsnelheid, daarna droog je je remmen met een lichte tik, en als je gaat 'surfen' (aquaplaning) laat je gewoon het gas los en houd je het stuur recht.

Voertuigkennis

🛞📏1️⃣6️⃣De minimale profieldiepte van je autobanden is 1,6 mm.

Duw een lucifer in het profiel: blijft er nog maar een LUCIFERKOPJE over, dan zit je op 1,6 mm — de grens! Zeg 'één-zes, anders kettingbotsing en pech en stress'.

🚗🔧4️⃣📅Een nieuwe benzineauto moet voor het eerst op APK als hij 4 jaar oud is.

Vier wielen, vier jaar! Elke band 'wacht' één jaar; als alle 4 de banden hun jaartje af hebben, mag de auto voor het eerst naar de APK-dokter.

1️⃣6️⃣🛞➕4️⃣🔧Onthoud twee getallen samen: banden 1,6 mm (minimum) én APK op 4 jaar.

Filmpje in je hoofd: een auto met 4 kaarsjes op de motorkap (4 jaar → APK) rijdt op banden zo dun als een lucifermatje (1,6 mm). '1,6 en 4' = APK-check klaar!

🪪📄🚗Altijd meenemen tijdens het rijden: rijbewijs, kentekenbewijs (kentekencard) én een geldig identiteitsbewijs.

Zonder deze 3 kaarten mag je de weg niet op: JIJ (rijbewijs), je AUTO (kenteken) en je NAAM (ID). Stop ze samen in je zak — anders zwaait de agent met een boete.

⛽3️⃣🆚🚗4️⃣Let op: een nieuwe dieselauto moet al na 3 jaar op APK (benzine pas na 4 jaar).

Diesel is 'sneller vies', dus 1 jaar eerder: 3 jaar voor diesel, 4 jaar voor benzine. Onthoud de trap 3-4: Diesel Drie, Benzine Bier (vier).

Controleer voor vertrek de banden: voldoende profiel (wettelijk minimaal 1,6 mm, geadviseerd 4 mm bij winterbanden), correcte bandenspanning en geen beschadigingen. Te lage spanning verhoogt slijtage, remweg en brandstofverbruik.

Denk aan '1-komma-6': een lucifer past precies met de kop naar beneden in een gladde groef. Zie je de hele kop, dan is je band te glad.

Controleer voor vertrek alle lichten: dimlicht, groot licht, stadslicht, remlichten, richtingaanwijzers, mistlichten en kentekenverlichting. Defecte verlichting maakt je slecht zichtbaar en is een overtreding.

Loop een 'rondje om de auto' met de knipperlichten en remlicht aan: vraag iemand mee te kijken of gebruik een muur of etalageruit als spiegel. Rondje = alles gezien.

Controleer regelmatig de vloeistoffen: motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof en remvloeistof. Te weinig olie of koelvloeistof kan de motor beschadigen; te weinig remvloeistof maakt remmen onbetrouwbaar.

Ezelsbrug 'O-K-R-R': Olie, Koelvloeistof, Ruitensproeier, Remvloeistof — vier dopjes onder de motorkap die je 'OK-eert' voor je rijdt.

In Nederland is een gevarendriehoek niet verplicht mee te nemen (wel handig). Vormt je stilstaande auto een obstakel dat naderend verkeer niet op tijd ziet, dan zet je de driehoek op ongeveer 30 meter achter je auto, in de richting van het aankomende verkeer — ook op de snelweg. Knipperen je alarmlichten, dan hoeft de driehoek niet.

Driehoek = 3 hoeken → 30 meter, overal hetzelfde: in de stad én op de snelweg, altijd áchter je auto. Knipperen je alarmlichten al? Dan mag de driehoek in de kofferbak blijven.

Alarmlichten (waarschuwingsknipperlichten) gebruik je om anderen te waarschuwen voor gevaar: bij pech, een ongeval, als je stilstaat op een gevaarlijke plek, of als je op de snelweg plotseling sterk moet afremmen voor een file.

Denk 'alarm = alarmeren, niet parkeren': de knipperlichten roepen 'let op, gevaar!' — niet 'ik sta hier even omdat het mij uitkomt'.

Alarmlichten mogen je zicht op de richtingaanwijzers niet vervangen: staan de alarmlichten aan, dan werkt je gewone knipperlicht niet meer. Zet ze dus uit voordat je weer wegrijdt en richting aan wilt geven.

Beeld: alarmlichten zijn 'allebei tegelijk', dus je kunt niet meer apart links of rechts 'praten'. Wil je iets zéggen met je pijl? Eerst de alarm uit.

Voorrang

👉🚗🥇🛑Op gelijkwaardige kruisingen hebben bestuurders van rechts voorrang.

RECHTS is RIDDER: de auto van rechts draagt een gouden kroon, dus jij buigt en remt. Rijmpje: 'Rechts gaat, links wacht!'

🚊👑⚡🛑Uitzondering: de tram heeft meestal voorrang, óók als hij van links komt.

De tram is de KONING die de rechts-regel negeert: veel te zwaar om te stoppen, dus zelfs van links dendert hij door. Buig voor de tramkoning!

🔄🚗🥇⏳Op de rotonde heeft het verkeer dat al op de ring rijdt voorrang; jij wacht bij het oprijden.

De rotonde is een DRAAIMOLEN: wie al draait, blijft draaien — jij mag pas op de carrousel springen als er een gaatje valt.

🚌🏙️🖐️🥇Binnen de bebouwde kom moet je een bus die van een halte wegrijdt voor laten gaan.

In de KOM is de bus de baas: knippert hij bij de halte, dan sta jij STOM stil. 'Bus uit de KOM? Jij remt prompt!' (buiten de kom níet!)

🚦🔺❌👉De rechts-regel geldt alleen op gelijkwaardige kruisingen: geen borden, geen haaientanden en geen verkeerslichten.

Zie je borden, HAAIENTANDEN (▽▽▽) of lichten? Dan is de rechts-regel UIT. Pas als de kruising helemaal kaal is, hapt rechts als eerste toe.

Bij een voetgangersoversteekplaats (zebrapad) moet je voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die oversteken of duidelijk willen oversteken voor laten gaan. Je hoeft niet te stoppen voor iemand die er nog verre van staat.

Zie het zebrapad als de oversteek van een echte zebra: zodra hij zijn poot op de witte streep zet, sta jij stil. Staat hij nog in de verte te grazen? Dan rijd je rustig door.

Binnen de bebouwde kom moet je een lijnbus (autobus) die vanaf een halte wil wegrijden en richting aangeeft, voor laten gaan. Buiten de bebouwde kom geldt dit niet.

Onthoud 'de bus is de baas in de bebouwde kom': binnen de kom laat je hem gaan, buiten de kom niet. BUS en Bebouwde kom beginnen allebei met een B.

Voor een voorrangsvoertuig met blauw zwaailicht en sirene (politie, brandweer, ambulance) moet je altijd ruimte maken en het voor laten gaan, ook als je zelf voorrang of groen licht hebt.

Blauw zwaailicht EN sirene = beide aan, jij aan de kant. Zwaailicht alleen (bijvoorbeeld een sleepwagen die geel zwaait) geeft geen voorrang; het duo blauw+geluid is de baas.

Bij een overweg met knipperende rode lichten en/of gesloten/dalende spoorbomen moet je stoppen. Je mag pas oversteken als de lichten uit zijn en de bomen volledig omhoog zijn.

Rood knippert = trein tikt op de deur. Twee rode ogen die knipperen zijn de trein die 'ik kom eraan' seint; wacht tot ze allebei slapen en de boom naar de hemel wijst.

Op een onbewaakte overweg (geen bomen en geen lichten, vaak met Andreaskruis) moet je zelf goed naar links en rechts kijken en een naderende trein altijd voor laten gaan.

Het Andreaskruis (schuine X) betekent 'kruis alleen na kijken'. Geen bomen, geen lichten = jij bent zelf de slagboom: kijk links, kijk rechts, en de trein wint altijd.

Sta je stil voor een gesloten overweg of file bij een oversteekplaats, dan mag je nooit zo ver oprijden dat je het spoor of de zebra blokkeert. Blijf erachter tot je er in een keer volledig overheen kunt.

Denk 'nooit vastzitten op het spoor': ga pas de rails op als de overkant vrij is. Een auto die stilstaat op de rails is een blik tegen een aanstormende trein.

Kwetsbare weggebruikers

🚗↔️🚲Houd bij het inhalen van een fietser minstens 1,5 meter zijdelingse afstand.

Stel je voor: tussen jouw auto en de fietser past een liggende deur van 1,5 meter. Raakt de deur de fietser? Dan zat je te dicht — 'anderhalf, of hij valt in de gracht!'

🚚➡️🚲🙈Bij rechtsaf krijgen fietsers en voetgangers die rechtdoor gaan voorrang; kijk altijd je dode hoek.

De grote vrachtwagen draait rechtsaf en 'vergeet' de fietser in zijn dode hoek — de klassieke moordenaar. Draai je hoofd als een uil naar rechts: hoofd draaien of leven sparen!

🦯🧑‍🦯🛑Iemand met een witte stok is blind of slechtziend — geef altijd voorrang en extra ruimte.

De witte stok is een toverstaf: zodra hij verschijnt, stopt al het verkeer als bevroren. Wit = wachten, altijd.

🚌🏫🧒💨Passeer een stilstaande bus bij een halte langzaam; kinderen en mensen kunnen plots oversteken.

Achter elke stilstaande bus zit een onzichtbaar kind klaar om als een raket de weg op te schieten. Bus = rem-reflex.

🏫🚸🐣🐣Bij een schoolzone rijd je extra langzaam en oplettend; overal kunnen kinderen opduiken.

Rijd door een schoolzone alsof de straat vol kuikentjes ligt: één verkeerde beweging en 'piep' — dus stapvoets en scannen.

Bijzondere manoeuvres

🚗↩️🙇🌍Bij achteruitrijden verleen je voorrang aan ALLE andere weggebruikers.

Achteruit rijden = achterstevoren de wereld in: je hebt geen ogen in je rug, dus je buigt voor iedereen. Rijd je achteruit, dan ben je de nederigste van de weg.

👀🫣🚗↔️Kijk in de dode hoek (over je schouder) vóór het wegrijden en bij ELKE strookwissel.

De dode hoek is een onzichtbare motorrijder die precies daar hangt waar je spiegel niet komt. Draai je hoofd, of hij 'sterft' tegen je portier — vandaar 'dode' hoek.

🛣️🏃💨🤝Op de snelweg: pas op de invoegstrook je snelheid aan (versnel) vóór je invoegt.

De invoegstrook is een aanloop voor de verspringende atleet: eerst rennen tot je even snel bent, dán pas springen tussen het verkeer. Wie te traag springt, valt in de zandbak.

🅿️➡️🚦🙇Wegrijden vanaf de kant is een 'bijzondere manoeuvre': je verleent voorrang aan al het verkeer.

Je stond stil, dus jij bent de nieuwkomer op het feest: eerst netjes wachten tot iedereen voorbij is, pas dan mag jij de dansvloer (rijbaan) op. Nieuwkomer = laatste in de rij.

🪞👉🫣🚗Elke strookwissel: eerst spiegels, dan richting aangeven, dan dode hoek, dan pas sturen.

Spiegel-Pijl-Schouder-Stuur: vier S'en als vier veiligheidssloten die je één voor één opent. Sla je er één over, klapt de deur op de dode hoek dicht.

Achteruitrijden is een bijzondere verrichting (art. 54 RVV): je moet ALLE andere weggebruikers voor laten gaan, ook voetgangers en fietsers, uit beide richtingen. Jij hebt nooit voorrang.

Denk: 'Achteruit = ogen dicht voor voorrang.' Wie achteruit rijdt, rijdt blind, dus die wacht altijd op iedereen.

Voordat je wegrijdt vanaf de kant, controleer je de dode hoek door over je schouder te kijken (niet alleen de spiegels). Geef richting aan en laat het doorgaande verkeer voorgaan.

Spiegel liegt, schouder niet. De dode hoek is precies waar de fietser zit die je spiegel niet ziet.

Bij elke rijstrookwisseling: spiegel - richting aangeven - dode hoek (schouderblik) - pas dan sturen. Blijf ondertussen je snelheid en koers houden.

Onthoud 'Spiegel-Richting-Schouder', de S-R-S-volgorde: eerst kijken en zeggen, dan pas doen.

Bij invoegen op de invoegstrook (acceleratiestrook): jij past je aan het verkeer op de doorgaande rijbaan aan. Dat verkeer heeft voorrang; jij zoekt een gat en past je snelheid aan.

Jij bent de gast op het feest. De gastheer (doorgaand verkeer) blijft, jij past je aan en glipt tussen de mensen door.

Op de invoegstrook rijd je op tot ongeveer de snelheid van het doorgaande verkeer voordat je invoegt, zodat je vloeiend in een gat mee kunt rijden. Niet stilstaan tenzij het echt niet anders kan.

De invoegstrook is een aanloop, geen wachtkamer. Neem eerst snelheid, dan spring je soepel op de rijdende trein.

Verkeer op de doorgaande rijbaan hoeft je niet in te laten voegen. Voegt niemand ruimte, dan pas jij je aan (gas terug of doorrijden tot een gat); je mag anderen niet dwingen af te remmen of uit te wijken.

Wringen mag niet, ritsen wel. Jij vraagt om een plekje, je eist het niet, dus wie geen gat geeft laat je gaan.

Milieu en zuinig rijden

Bij Het Nieuwe Rijden schakel je vroeg op: bij een benzineauto rond de 2000-2500 toeren, bij diesel rond 2000 toeren. Zo rijd je in een hoge versnelling met laag toerental en gebruik je minder brandstof.

Stel je een luie kat voor die bij 2000 toeren gaapt: zodra de naald daar komt, schakelt hij lui een versnelling omhoog. Laag toeren = lage brandstof.

Kijk ver vooruit en anticipeer op het verkeer. Door op tijd te reageren hoef je minder hard te remmen en op te trekken, wat brandstof en slijtage bespaart en veiliger is.

Rij alsof je een verrekijker op je neus hebt: hoe verder je kijkt, hoe zachter je voeten worden op gas en rem.

Laat de auto uitrollen om af te remmen: haal je voet van het gas terwijl je in de versnelling blijft. De brandstoftoevoer wordt dan volledig afgesloten, dus je verbruikt geen druppel benzine.

Voet van het gas maar in versnelling = de brandstofkraan gaat dicht. Uitrollen in de vrij (koppeling in) laat de kraan juist openstaan.

Controleer regelmatig de bandenspanning, minstens één keer per maand. Te lage spanning verhoogt de rolweerstand, waardoor je meer brandstof verbruikt, de banden sneller slijten en de auto minder veilig stuurt.

Denk aan de eerste van de maand als 'bandendag': slappe banden zijn als hardlopen op zand, ze kosten extra kracht en dus extra brandstof.

Zet de motor uit bij langer stilstaan, bijvoorbeeld voor een open (beweegbare) brug of een spoorwegovergang. Stationair draaien verbruikt brandstof zonder dat je rijdt en is slecht voor het milieu.

Een draaiende motor bij stilstand is als een kraan die openstaat terwijl je niet afwast: puur verspilling. Lang wachten? Sleutel om.

Vermijd onnodig gewicht en luchtweerstand: haal spullen die je niet nodig hebt uit de auto en verwijder een lege dakdrager of imperiaal. Extra gewicht en weerstand verhogen het brandstofverbruik.

Zie een lege dakdrager als een open parachute op je dak: hij vangt wind en trekt brandstof uit je tank. Weg ermee.

Snelweg en autoweg

De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen: pech of een ongeval. Je mag er niet op rijden, niet inhalen en niet stilstaan om te wachten of te bellen.

Zie de vluchtstrook als een ziekenhuisgang: gereserveerd voor de ambulance en de auto met pech, nooit een sluiproute voor wie haast heeft.

Op de autosnelweg mogen alleen motorvoertuigen die door hun constructie sneller dan 60 km/h kunnen rijden. Op de autoweg geldt sneller dan 50 km/h.

Het langere woord krijgt het hogere getal: autoSNELweg = 60, autoweg = 50. Sneller woord, snellere drempel.

Een rood kruis (X) op het matrixbord boven een rijstrook betekent dat die strook is afgesloten. Je mag er niet onder doorrijden en moet die strook zo snel mogelijk verlaten.

Een rood kruis is als een fout antwoord dat wordt doorgestreept: die strook is 'weggekruist', dus wissel eruit.

Een groene pijl recht omlaag op het matrixbord betekent: deze strook is open. Een knipperende schuine pijl betekent: verlaat deze strook en ga naar de aangegeven kant.

Groene pijl = groen licht om door te gaan; de schuine knipperpijl 'duwt' je vriendelijk naar de kant die hij aanwijst.

Houd minstens 2 seconden afstand tot je voorganger. Waar afstandsstreepjes (witte blokjes) op de weg staan, houd je minimaal 2 streepjes ruimte.

Zeg hardop 'eenentwintig, tweeentwintig' zodra de voorganger een streepje passeert; ben je er eerder dan je klaar bent, dan zit je te dicht.

Een snelheid met rode rand op het matrixbord is een verplichte maximumsnelheid, meestal wegens een file of gevaar verderop. Je moet deze direct opvolgen.

Het oplichtende getal met rode rand is geen advies maar een muur van wet: rode ring = nu gehoorzamen, gevaar verderop.

Oefen dit met 2.609 vragen en 19 animaties

Rijtheorie Hub oefent precies zoals het CBR-examen: 50 vragen, 30 minuten, geslaagd vanaf 44. Gratis te proberen, in 12 talen.

Download gratis