36 oefenvragen voor het CBR theorie-examen auto, uit alle 12 onderwerpen. Gratis, zonder account, direct in je browser. Kies een antwoord en je ziet meteen of het klopt, met de uitleg en de bron.
Het CBR theorie-examen auto: 50 vragen in 30 minuten. Je slaagt met 44 goede antwoorden, dus je mag er maximaal 6 fout hebben.
Sinds 7 april 2025 werkt het CBR met een vernieuwd examen: gevaarherkenning, kennis en inzicht wisselen elkaar af in één doorlopend blok. Lees zo ziet het CBR theorie-examen auto eruit.
36 gratis oefenvragen
Score: 0 van 0
1. Buiten de bebouwde kom staat rechts in de berm een tractor. De bestuurder wil de rijbaan oprijden en komt dus van rechts. Moet jij hem voorrang verlenen?
Uitleg: Nee. 'Rechts gaat voor' geldt alleen op kruispunten (art. 15 lid 1), en de berm is geen kruisende weg. Wegrijden is een bijzondere manoeuvre: de tractorbestuurder moet het overige verkeer, dus ook jou, voor laten gaan (art. 54). Houd wel rekening met een tractor die traag optrekt. Bron: RVV 1990 art. 54; RVV 1990 art. 15 lid 1
2. Er is geen bushalte-vak op de weg aangegeven. Binnen hoeveel meter van het bushalte-bord mag je niet stilstaan?
Uitleg: Bij een bushalte zonder aangegeven vak geldt een stopverbod binnen 12 meter van het bord (art. 23 lid 1 RVV 1990). Bron: RVV 1990 art. 23 lid 1
3. Je rijdt 50 km/u in de bebouwde kom. Op het fietspad rechts voor je rijdt een fietser met oortjes in, die op haar telefoon kijkt en licht slingert. Wat doe je?
Uitleg: Zij hoort en ziet je niet en kan elk moment de rijbaan op zwenken. Er is nog geen botsing op handen, dus je neemt gas terug en houdt afstand, zodat je volgens artikel 19 binnen de vrije weg tot stilstand kunt komen. Bron: RVV 1990 art. 19
4. Je slaat linksaf op dit gelijkwaardige kruispunt. Van rechts nadert een fietser en een auto komt je tegemoet. Wie laat je voorgaan?
Uitleg: De fietser komt van rechts en heeft op een gelijkwaardig kruispunt voorrang (RVV 1990 art. 15 lid 1); de tegemoetkomende auto laat je voorgaan omdat je linksaf slaat (art. 18 lid 1). Je wacht dus op allebei; wie het eerst was, telt niet. Bron: RVV 1990 art. 15 lid 1, art. 18 lid 1
5. Bij een voetgangersoversteekplaats komt een kind aanrennen en is duidelijk van plan meteen over te steken, zonder al een stap op de oversteekplaats te hebben gezet. Moet u voorrang verlenen?
Uitleg: Ja. Ook voetgangers die kennelijk op het punt staan over te steken op een voetgangersoversteekplaats, moeten voor worden gelaten (RVV 1990 art. 49 lid 2). Bron: RVV 1990 art. 49 lid 2
6. In dichte mist wil je beter zien en overweeg je je groot licht te gebruiken. Wat is verstandig en toegestaan?
Uitleg: Groot licht weerkaatst tegen de waterdruppels in de mist en verblindt je juist. Gebruik dimlicht of mistvoorlicht. Alleen stadslichten geven te weinig licht en zijn onvoldoende bij slecht zicht. Bron: RVV 1990
7. Wat moet je doen als het gordel-lampje gaat branden nadat je bent gaan rijden?
Uitleg: Zodra je het gordel-lampje of -signaal opmerkt, maak je de gordel vast zodra dat veilig kan. Niet dragen van de gordel is niet alleen onveilig maar ook een beboetbaar feit. Bron: RVV 1990 art. 59. Bron: RVV 1990 art. 59 — gordelplicht
8. Wat betekent dit bord?
Uitleg: Dit is bord C22c: gesloten voor bedrijfs- en vrachtauto's vanwege een nul-emissiezone. Sinds 1 januari 2025 mogen alleen emissieloze bedrijfs- en vrachtauto's (emissieklasse Z) erin; voor bestaande bestel- en vrachtauto's gelden nog overgangstermijnen (art. 86e RVV 1990). Met een personenauto mag je gewoon doorrijden, welke brandstof je ook gebruikt. Het weren van oudere diesels op emissieklasse hoort bij de milieuzone (bord C22a), die naast de nul-emissiezone blijft bestaan. Bron: RVV 1990 art. 86e; bijlage 1 bord C22c
9. Tussen geparkeerde auto's rolt plotseling een bal de weg op. Wat doet een anticiperende bestuurder?
Uitleg: Anticiperen betekent vooruitdenken over wat kan gebeuren. Een bal die de weg op rolt is een signaal dat er een kind achteraan kan komen. Je laat gas los, bent remklaar en mindert snelheid. Vol remmen zonder spiegelcontrole kan een kop-staartbotsing veroorzaken. Bron: RVV 1990
10. Op de autosnelweg hangt dichte mist en je hebt je snelheid aangepast aan het zicht. De auto vóór je rijdt iets sneller en zijn achterlichten worden steeds vager. Ga je dichter achter hem rijden, zodat je zijn achterlichten kunt blijven volgen?
Uitleg: Nee. Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je zelf kunt overzien en die vrij is (art. 19 RVV). Wie in de mist achter achterlichten aan rijdt, rijdt op het zicht van een ander: remt die auto plotseling, dan rijd je erop. Houd je eigen aangepaste snelheid en laat hem rustig uit het zicht verdwijnen. Bron: RVV 1990 art. 19
11. Je loopt duidelijk dronken met je autosleutels naar je geparkeerde auto, maar je hebt nog geen meter gereden. Kan de politie je nu al een rijverbod opleggen?
Uitleg: Ja. Art. 162 lid 1 WVW verklaart het rijverbod van overeenkomstige toepassing op 'degene die aanstalten maakt een voertuig te gaan besturen'. De politie hoeft dus niet te wachten tot je daadwerkelijk rijdt; het rijverbod (max. 24 uur) geldt voor alle voertuigen. Bron: WVW 1994 art. 162 lid 1
12. Wat geeft dit verkeersbord aan?
Uitleg: Dit is bord A2ZE. Einde maximumsnelheidszone. Bron: RVV 1990 — bord A2ZE
13. Je rijdt op een voorrangsweg (bord B1) en wilt linksaf een zijweg in. Een auto op dezelfde voorrangsweg komt je tegemoet en gaat rechtdoor. Wie gaat voor?
Uitleg: Bestuurders die afslaan, moeten het verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoetkomt voor laten gaan (art. 18 lid 1). Bord B1 regelt alleen de voorrang tegenover de zijwegen; tussen bestuurders op dezelfde voorrangsweg geldt gewoon de afslaanregel. Richting aangeven geeft geen voorrang. Bron: RVV 1990 art. 18 lid 1
14. Bij een bushalte mag je toch heel even stoppen om een passagier direct te laten in- of uitstappen, ondanks het stopverbod. Klopt dit?
Uitleg: Het stopverbod bij een bushalte geldt niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers (art. 23 lid 2 RVV 1990). Bron: RVV 1990 art. 23 lid 2
15. Je staat achter een vrachtauto die rechtsaf wil en zijn richtingaanwijzer aan heeft. Rechts naast de vrachtauto rijdt een fietser rechtdoor het kruispunt op. Wat doe je?
Uitleg: De fietser zit in de dode hoek van de vrachtauto. Jij botst niet zelf, maar je moet ruimte houden en niet aandringen: de vrachtauto slaat af en moet de rechtdoorgaande fietser volgens artikel 18 lid 1 voor laten gaan. Gas los en wachten. Bron: RVV 1990 art. 18 lid 1
16. Bij deze parkeergelegenheid staat bord E8 met daarop een personenauto. Wat geldt hier?
Uitleg: Bord E8 geeft een parkeergelegenheid aan die alleen bestemd is voor de voertuigcategorie op het bord, hier personenauto's (Bijlage 1 RVV 1990). Parkeren met een voertuig dat niet tot die categorie behoort, is verboden (art. 24 lid 1 onder d). Een vergunning hoort bij bord E9, niet bij E8. Bron: RVV 1990 art. 24 lid 1 onder d; Bijlage 1 bord E8
17. Wat betekent dit bord voor jou als automobilist?
Uitleg: Dit bord (G11) duidt een verplicht fietspad aan, alleen voor (snor)fietsers, niet voor bromfietsers. Auto's mogen er niet rijden, stilstaan of parkeren. Bron: Verkeersbord G11 (verplicht fietspad)
18. Het regent hard en de weg is nat. Wat moet je aanpassen ten opzichte van droog weer?
Uitleg: Op een natte weg is de grip lager en de remweg langer. Je moet je snelheid en volgafstand zo aanpassen dat je nog steeds op tijd kunt stoppen binnen de afstand die je vrij en overzichtelijk hebt (RVV 1990 art. 19). Bron: RVV 1990 art. 19
19. Wat is het risico van doorrijden met te lage bandenspanning?
Uitleg: Te lage bandenspanning vergroot het contactvlak-vervorming en de rolweerstand, wat leidt tot een langere remweg, meer brandstofverbruik, ongelijke slijtage en een verhoogd risico op oververhitting van de band en een klapband. Bron: Regeling voertuigen — eisen aan banden. Bron: Regeling voertuigen — eisen aan banden
20. Je staat 's avonds laat langs de stoeprand in een woonstraat te wachten op een vriend. Om de motor 'warm te houden' geef je in stilstand af en toe flink gas; de buren klagen over het lawaai. Wat geldt?
Uitleg: RVV art. 57: bestuurders van een motorvoertuig mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken — dat geldt op elk tijdstip, niet alleen 's nachts, en gaat over meer dan de claxon. Gas geven in stilstand houdt de motor niet 'warm', het verspilt alleen brandstof en veroorzaakt uitstoot en herrie. Bij langer wachten zet je de motor uit. Bron: RVV 1990 art. 57; CBR theorie: het nieuwe rijden (stilstaan)
21. Je rijdt op een voorrangsweg (bord B1). Bij een kruispunt werkt het verkeerslicht en het staat op rood. Wat geldt voor jou?
Uitleg: Art. 64 RVV: verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen. Zolang het licht werkt, telt bord B1 niet mee en betekent rood: stop (art. 68). Pas als het licht is uitgeschakeld of geel knippert, gelden de voorrangsborden weer. Bron: RVV 1990 art. 64 en 68; bord B1
22. Je twijfelt of je voertuig de autosnelweg op mag. Aan welke snelheidseis moet het voldoen?
Uitleg: Alleen voertuigen die ten minste 60 km/h kunnen én mogen rijden, mogen op de autosnelweg; langzamere voertuigen zijn er niet toegestaan. Voor de autoweg (bord G3) geldt de grens van 50 km/h (RVV 1990 art. 42). Bron: RVV 1990 art. 42 (minimumsnelheid autosnelweg/autoweg)
23. Je hebt om 02:00 uur een rijverbod van 12 uur gekregen. Om 10:00 uur voel je je weer helemaal nuchter en wilt naar je werk rijden. Wat geldt?
Uitleg: Art. 162 lid 3 WVW verbiedt het besturen van een voertuig gedurende de tijd waarvoor het rijverbod geldt; de duur staat in de beschikking. Overtreding is strafbaar (art. 176 lid 5). Hoe je je voelt of wat een eigen blaastest zegt, is niet relevant. Bron: WVW 1994 art. 162 lid 3; art. 176 lid 5
24. Je nadert met een bestelbus een viaduct met dit bord. Wat betekent het?
Uitleg: Dit ronde bord (C19) geeft de maximale doorrijhoogte aan; voertuigen die inclusief lading hoger zijn, mogen er niet onderdoor. Voor een gewone personenauto is dit meestal geen probleem. Bron: RVV 1990, verkeersbord C19
25. Op een kruispunt zonder borden sla jij rechtsaf. Een tegemoetkomende auto slaat linksaf dezelfde zijweg in. Wie mag als eerste?
Uitleg: Bestuurders die naar links afslaan, moeten tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt naar rechts afslaan voor laten gaan (art. 18 lid 2). Jij slaat rechtsaf en blijft aan je eigen kant; de linksaf slaande auto kruist jouw pad en wacht. De wet regelt dit dus wél, en wie eerder richting aangaf, doet er niet toe. Bron: RVV 1990 art. 18 lid 2
26. Wat zet je op je parkeerschijf als je in een blauwe zone parkeert?
Uitleg: Op de parkeerschijf geef je het tijdstip weer waarop je begon met parkeren, in hele of halve uren en desnoods naar boven afgerond (art. 25 lid 3 en 4 RVV 1990). Bron: RVV 1990 art. 25 lid 3-4
27. Wat is de veiligste reactie als in een 30-zone een bal tussen geparkeerde auto's de weg op rolt?
Uitleg: Achter de bal komt vaak een kind. Minder snelheid en wees klaar om te stoppen; toeteren of uitwijken lost het gevaar niet op (art. 19 RVV 1990). Bron: RVV 1990 art. 19
28. Je rijdt buiten de bebouwde kom op een gewone 80 km/u-weg (geen autoweg). Je wilt keren om terug te rijden. Wat is juist?
Uitleg: Het keerverbod geldt alleen op autosnelwegen en autowegen (RVV 1990 art. 43 lid 1). Op een gewone weg buiten de bebouwde kom mag je keren, maar het is een bijzondere manoeuvre: je laat al het overige verkeer, ook tegenliggers, voorgaan (art. 54). Bron: RVV 1990 art. 43 lid 1, art. 54
29. In de stad rijd je achter een bromfiets met een geel kentekenplaatje (maximaal 45 km/u) die op de rijbaan rijdt. Hoe ga je daarmee om?
Uitleg: Binnen de bebouwde kom hoort een bromfiets (geel kenteken) vaak op de rijbaan; behandel hem als volwaardige weggebruiker en houd bij inhalen ruime zijdelingse afstand. Bron: Bromfiets 45 km/h, geel kenteken
30. Bij mist mag je dichter achter je voorganger gaan rijden dan normaal, omdat je zijn achterlichten dan als oriëntatie kunt gebruiken.
Uitleg: Onjuist. Je snelheid en volgafstand moeten zo zijn dat je zelfstandig, binnen de afstand die je kunt overzien, op tijd kunt stoppen (RVV 1990 art. 19). 'Op de achterlichten van je voorganger varen' is gevaarlijk: als die plotseling remt of stopt, is jouw afstand te kort om zelf te reageren. Bron: RVV 1990 art. 19
31. Als het bandenspanningslampje gaat branden, moet je zo snel mogelijk de bandenspanning van alle banden controleren en zo nodig bijvullen. Klopt dit?
Uitleg: De juiste bandenspanning is belangrijk voor de grip, remweg en levensduur van de banden. Bij een brandend lampje controleer je zo snel mogelijk alle banden, ook al geeft het systeem soms maar één band aan. Bron: Regeling voertuigen — eisen aan banden. Bron: Regeling voertuigen — eisen aan banden
32. Je rijdt met constante snelheid op een vlakke, rustige weg buiten de bebouwde kom. Wat klopt over het verband tussen je snelheid en het verbruik per kilometer?
Uitleg: Het verbruik per kilometer vormt een kromme: bij heel lage snelheid rijd je in een lage versnelling met een relatief hoog toerental (inefficiënt), bij hoge snelheid vreet de luchtweerstand brandstof. Het dal ligt voor de meeste auto's bij een matige, gelijkmatige snelheid in de hoogste versnelling, ergens tussen ongeveer 60 en 80 km/u. Sneller rijden maakt de rit niet zuiniger, alleen korter. Bron: CBR theorie: het nieuwe rijden (snelheid en verbruik)
33. Je nadert een kruispunt. Op jouw rijbaan liggen haaientanden. Van links nadert een auto; van rechts komt niets. Volgens de hoofdregel 'rechts gaat voor' zou jij voorrang hebben. Wat doe je?
Uitleg: Haaientanden betekenen: voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg, uit beide richtingen (art. 80). Verkeerstekens gaan boven verkeersregels (art. 63), dus 'rechts gaat voor' geldt hier niet. Volledig stoppen en op een teken wachten is niet vereist; je hoeft alleen voorrang te verlenen. Bron: RVV 1990 art. 63 en 80
34. Je komt op deze weg en er staat geen apart snelheidsbord. Welke maximumsnelheid geldt hier voor jouw personenauto?
Uitleg: Op een autoweg (blauw bord met witte auto) geldt standaard 100 km/u, tenzij een bord een lagere snelheid (vaak 80 km/u) aangeeft; een bord gaat altijd voor. Bron: Bord G3 (autoweg)
35. Je hebt je rijbewijs al 10 jaar. Vanaf welk alcoholgehalte is de politie verplicht je rijbewijs direct in te vorderen?
Uitleg: Art. 164 lid 2 onder a WVW: bij een ademalcoholgehalte boven 570 µg/l of een bloedalcoholgehalte boven 1,3 promille wordt het rijbewijs op eerste vordering ingevorderd. De grens van 0,8 promille / 350 µg/l geldt alleen voor beginnende bestuurders (onder b). Bij een lagere overschrijding blijft rijden strafbaar, maar volgt niet automatisch invordering. Bron: WVW 1994 art. 164 lid 2 onder a
36. Dit bord staat op een obstakel midden op de weg. Wat moet je doen?
Uitleg: Een rond blauw bord met een pijl (D2) schrijft voor langs welke kant je het obstakel moet passeren; deze pijl wijst naar rechts, dus je gaat er rechts langs. Het is een gebodsbord. Bron: RVV 1990, verkeersbord D2
Oefen per onderwerp
Elk onderwerp heeft een eigen pagina met gratis vragen, de belangrijkste regels uit de theoriegids en ezelsbruggetjes.
2.609 vragen over alle 12 onderwerpen, elk met uitleg en bron
Proefexamens zoals het vernieuwde CBR-examen: 50 vragen, 30 minuten, geslaagd vanaf 44
Sleepvragen en aanklikvragen
19 geanimeerde voorrangslessen in 3D
Alle vragen, uitleg en borden in 12 talen, met één tik terug naar Nederlands
Online duel met vrienden
Geen account, geen tracking, geen advertenties
Gratis: 15 vragen per onderwerp, 1 proefexamen, de volledige bordenbibliotheek en het duel. Alles vrijspelen kan met een abonnement of met één eenmalige aankoop. Bekijk de prijzen.
Veelgestelde vragen
Is oefenen op deze pagina echt gratis?
Ja. Je hebt geen account nodig en je betaalt niets. Deze vragen komen uit de gratis versie van de app.
Zijn dit echte CBR-examenvragen?
Nee. Het zijn eigen vragen van Rijtheorie Hub, gebaseerd op het RVV 1990 en de officiële betekenis van de verkeersborden, en gecontroleerd op de huidige Nederlandse regels. Rijtheorie Hub is niet verbonden aan het CBR.
Hoeveel fouten mag je hebben bij het theorie-examen auto?
Het examen heeft 50 vragen en je slaagt vanaf 44 goede antwoorden. Je mag er dus maximaal 6 fout hebben. Lees hoe het CBR theorie-examen auto werkt.
Kan ik ook een volledig proefexamen doen?
Ja, in de app: 50 vragen in 30 minuten, net als het CBR-examen, met je uitslag per onderwerp. Eén proefexamen is gratis.
In welke talen kan ik oefenen?
In de app zijn alle vragen, uitleg en borden er in 12 talen: Nederlands, Engels, Turks, Pools, Arabisch, Oekraïens, Spaans, Russisch, Portugees, Perzisch, Chinees en Roemeens, met één tik terug naar het Nederlands. Deze site is er ook in al die talen: kies je taal bovenaan de pagina.
Wat kost de app?
De app is gratis te downloaden. Gratis zijn 15 vragen per onderwerp, 1 proefexamen, de volledige bordenbibliotheek en het duel. Alles vrijspelen kan met een abonnement of met één eenmalige aankoop; de actuele prijs zie je in de App Store.
Oefen dit met 2.609 vragen en 19 animaties
Rijtheorie Hub oefent precies zoals het CBR-examen: 50 vragen, 30 minuten, geslaagd vanaf 44. Gratis te proberen, in 12 talen.