Rijtheorie HubCBR-theorie oefenen in 12 talenGratis in de App Store
Openen
Home › Blog › Alle voorrangsborden (B-serie): wie gaat er eerst?

Alle voorrangsborden (B-serie): wie gaat er eerst?

Door Mustafa Aybek · maker van Rijtheorie Hub · bronnen: RVV 1990, cbr.nl · laatst bijgewerkt

Voorrangsborden zijn de B-serie en ze regelen de belangrijkste vraag op elk kruispunt: wie gaat er eerst. Het zijn er maar 9, en als je die kent hoef je op een kruispunt nooit meer te gokken.

Voorrang krijg je, je neemt het niet

Op een kruispunt verleen je voorrang aan bestuurders die van rechts komen, tenzij borden, haaientanden of verkeerslichten iets anders zeggen.

De borden zetten die basisregel buiten werking. Sta je op een voorrangsweg, dan gaat het kruisende verkeer voor jou wachten. Zie je haaientanden, dan is het omgekeerd. En het stopbord doet iets wat geen enkel ander bord doet: het verplicht je tot volledig stilstaan, ook als er niemand aankomt.

Wat de borden niet doen, is je beschermen. Als de ander niet mindert, heb je nog steeds voorrang en nog steeds een botsing. Dat onderscheid tussen recht en veiligheid is een eigen categorie examenvragen; het hele systeem staat in Voorrang: het volledige systeem.

Alle 9 voorrangsborden

Spring naar: B1 · B2 · B3 · B4 · B5 · B6 · B7 · F5 · F6

Verkeersbord B1: Voorrangsweg: je rijdt op een voorrangsweg en hebt voorrang op al het kruisende verkeer.

B1 — Voorrangsweg: je rijdt op een voorrangsweg en hebt voorrang op al het kruisende verkeer.

Ezelsbruggetje: Denk aan de gele diamant als een koningskroon op zijn punt: jij bent de vorst van de weg, alle kruisende auto's buigen voor jou.

Verkeersbord B2: Einde voorrangsweg: de voorrangsweg eindigt; vanaf hier gelden weer de normale voorrangsregels (o.a. voorrang van rechts).

B2 — Einde voorrangsweg: de voorrangsweg eindigt; vanaf hier gelden weer de normale voorrangsregels (o.a. voorrang van rechts).

Ezelsbruggetje: De schuine strepen door de gele ruit strepen de voorrang wég: koning voorrangsweg is dood, dus rechts is nu weer de baas.

Verkeersbord B3: Voorrangskruispunt: je nadert een kruispunt met een zijweg aan beide kanten waar je voorrang hebt.

B3 — Voorrangskruispunt: je nadert een kruispunt met een zijweg aan beide kanten waar je voorrang hebt.

Ezelsbruggetje: De dikke zwarte weg loopt recht door de rode driehoek, de zijwegen links en rechts zijn dun: jij rijdt op de brede weg en gaat voor.

Verkeersbord B4: Voorrangskruispunt, zijweg links: kruispunt met een zijweg links waar je voorrang hebt op het verkeer uit die zijweg.

B4 — Voorrangskruispunt, zijweg links: kruispunt met een zijweg links waar je voorrang hebt op het verkeer uit die zijweg.

Ezelsbruggetje: Dikke weg rechtdoor in de rode driehoek, een dun zijweggetje links: dat zijweggetje moet voor JOU wachten.

Verkeersbord B5: Voorrangskruispunt, zijweg rechts: kruispunt met een zijweg rechts waar je voorrang hebt op het verkeer uit die zijweg.

B5 — Voorrangskruispunt, zijweg rechts: kruispunt met een zijweg rechts waar je voorrang hebt op het verkeer uit die zijweg.

Ezelsbruggetje: Dikke weg rechtdoor in de rode driehoek, een dun zijweggetje rechts: zelfs van rechts moet dat verkeer voor jou wachten.

Verkeersbord B6: Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg: omgekeerde driehoek; je moet voorrang geven maar hoeft alleen te stoppen als er kruisend verkeer is.

B6 — Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg: omgekeerde driehoek; je moet voorrang geven maar hoeft alleen te stoppen als er kruisend verkeer is.

Ezelsbruggetje: De omgekeerde driehoek is een trechter die jouw voorrang naar beneden giet aan de ander: laat de kruisende bestuurder eerst.

Verkeersbord B7: Stop; verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg: je moet altijd volledig stoppen voor de stopstreep en daarna voorrang verlenen.

B7 — Stop; verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg: je moet altijd volledig stoppen voor de stopstreep en daarna voorrang verlenen.

Ezelsbruggetje: Het rode achthoekje is een gebalde vuist die roept: 'STOP, sta helemaal stil op de streep, en pas als de weg vrij is mag jij.' Acht kanten, nul uitzonderingen.

Verkeersbord F5: Verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting

F5 — Verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting

Ezelsbruggetje: Rode pijl buigt voor de zwarte: 'rood remt, wacht netjes' - de tegenligger heeft voorrang, dus jij staat stil tot hij voorbij is.

Verkeersbord F6: Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat uit deze richting nadert voor laten gaan

F6 — Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat uit deze richting nadert voor laten gaan

Ezelsbruggetje: De grote witte pijl duwt de kleine rode pijl opzij: jij mag door, de tegenligger wacht netjes.

Fietsers, trams en de uitzonderingen

Een fietser is ook een bestuurder, dus voorrang van rechts geldt ook voor hem. De tram heeft een eigen positie en gaat vrijwel altijd voor, ook van links. En een voorrangsvoertuig met zwaailicht én sirene gaat voor iedereen. Die drie uitzonderingen komen vaker op het examen dan de borden zelf. Er staan geanimeerde voorbeelden in de voorrang-quiz met animaties.

Oefenen? Maak de gratis vragen over verkeersborden en markeringen, met uitleg bij elk antwoord.

Oefen dit met 2.609 vragen en 19 animaties

Rijtheorie Hub oefent precies zoals het CBR-examen: 50 vragen, 30 minuten, geslaagd vanaf 44. Gratis te proberen, in 12 talen.

Download gratis