Home › Theoriegids › Voorrang: het volledige systeem en alle uitzonderingen
Voorrang: het volledige systeem en alle uitzonderingen
Gelijkwaardige kruisingen: rechts gaat voor
Op een gelijkwaardige kruising zonder borden of tekens gaat rechts altijd voor.
- Geen borden, haaientanden, lichten of voorrangsweg = gelijkwaardig
- Rechts heeft voorrang (Artikel 15 RVV 1990)
- Geldt voor auto's, motoren, brommers en fietsers
- Breedte of drukte van de weg telt niet mee
- Voorrang moet je geven, nooit nemen
- Amsterdam-buurten: bijna elk kruispunt gelijkwaardig, kijk rechts
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Fietsers en scooters/brommers van rechts hebben óók voorrang — dit is verreweg de meest gemaakte fout in Amsterdam.
- Een bredere, drukkere of 'belangrijker uitziende' weg geeft géén voorrang als er geen borden of strepen staan; de vorm van de weg telt niet.
- Rechts gaat voor geldt alléén op gelijkwaardige kruisingen — zodra er haaientanden, borden, verkeerslichten of een voorrangsweg zijn, vervalt de regel.
- Voorrang verlenen ≠ voorrang nemen: heb jij voorrang maar stopt de ander niet, dan moet je alsnog remmen om een botsing te voorkomen (aansprakelijkheid is een aparte kwestie).
- Bij een T-splitsing geldt óók rechts gaat voor tenzij anders aangegeven; de doorgaande (rechte) weg heeft géén automatische voorrang.
Voorrangsweg, haaientanden en het stopbord
Haaientanden betekenen voorrang verlenen zonder stoppen; een stopbord verplicht volledig stilstaan.
- Voorrangsweg: geel-oranje ruit met witte rand
- Haaientanden = voorrang verlenen, doorrijden mag
- Stopbord (rode achthoek): volledig stilstaan bij de streep
- Stoppen verplicht, zelfs als er niets aankomt
- Hiërarchie: lichten en agent boven borden boven tekens
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Haaientanden = voorrang verlenen (mag doorrollen); stopbord met stopstreep = volledig stilstaan, óók als de kruising leeg is.
- De punten van de haaientanden wijzen naar JOU → dan moet JIJ voorrang verlenen.
- Op een voorrangsweg heb je voorrang op kruisend verkeer, maar afslaan blijft afslaan: je moet nog steeds tegemoetkomend verkeer én fietsers op het naastliggende fietspad laten voorgaan.
- Einde voorrangsweg (ruit met zwarte streep): vanaf daar gelden weer de gewone regels, dus mogelijk 'rechts gaat voor'.
- Rangorde bij tegenstrijdigheid: verkeersregelaar > verkeerslicht > bord > streep op de weg.
- Een geel knipperend verkeerslicht betekent NIET dat je voorrang hebt — het licht is buiten werking, dus terugvallen op de borden en strepen ter plaatse.
Afslaan: voorrang aan rechtdoorgaand en tegemoetkomend verkeer
Wie afslaat wacht altijd op rechtdoorgaand en tegemoetkomend verkeer, ook op een voorrangsweg.
- Afslaan = voorrang verlenen (Artikel 18 RVV 1990)
- Links: laat al het tegemoetkomend verkeer en de tram voor
- Rechts: laat fietsers en brommers rechtdoor voor
- Dodehoek-situatie: klassiek Amsterdams gevaar
- Geldt ook als je op de voorrangsweg rijdt
- Tijdig richting aangeven en over je schouder kijken
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Rechtdoor gaat vóór afslaan op dezelfde weg — óók als jullie beiden op de voorrangsweg rijden.
- Rechtsaf: fietsers en bromfietsers die rechtdoor gaan op het fietspad naast je hebben voorrang (dode-hoekongelukken zijn hier het gevaar).
- Linksaf: naast tegemoetkomende auto's laat je óók tegemoetkomende fietsers, bromfietsers én de tram voorgaan.
- Twee auto's die tegenover elkaar allebei linksaf slaan: in de praktijk stuur je meestal vóór elkaar langs (om elkaar heen), maar dit is geen harde voorrangsregel — kijk goed en communiceer.
- Sla je een uitrit of erf in, dan is het geen gewone afslag maar een 'bijzondere manoeuvre': dan moet je ÁL het verkeer voor laten gaan.
- Voetgangers op een zebrapad waar je naartoe afslaat moet je altijd laten oversteken.
Uitzonderingen op 'rechts gaat voor': uitrit, erf, onverharde weg en wegrijden
Bij een bijzondere manoeuvre of vanaf een uitrit verleen je voorrang aan iedereen, ook van links.
- Bijzondere manoeuvre (Artikel 54): iedereen voor, ook links
- Geldt bij uitrit, erf, wegrijden, keren, achteruitrijden
- Onverharde weg verleent voorrang aan verharde weg
- Uitrit: stoep/fietspad loopt verhoogd door = geen voorrang
- Gelijkwaardige zijweg: gewone rechts-gaat-voor regel
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Uit een uitrit of van een erf komen: je verleent voorrang aan íedereen, óók aan verkeer van links en aan voetgangers/fietsers op het trottoir dat je oversteekt.
- Herkenning uitrit vs kruising: loopt de stoep/het fietspad verhoogd en in dezelfde bestrating dóór over de zijweg? Dan is het een uitrit → jij hebt géén voorrang.
- Onverharde weg (zand/grind) verleent voorrang aan de verharde weg, ongeacht rechts of links.
- Wegrijden vanaf de stoeprand, keren en achteruitrijden zijn bijzondere manoeuvres: altijd al het verkeer voor laten gaan.
- Een parkeergarage, benzinestation, tankstation of parkeerterrein uitrijden telt in Amsterdam als uitrit — iedereen gaat vóór jou.
- Op een woonerf mag je niet harder dan 15 km/u rijden en gelden voetgangers (die ook op de rijbaan mogen lopen) extra zwaar.
Voorrangsvoertuigen en de bus die van de halte vertrekt
Een voorrangsvoertuig heeft alleen voorrang met blauw zwaailicht EN sirene tegelijk.
- Voorrang alleen bij blauw zwaailicht EN sirene (Artikel 50)
- Blauw licht alleen = geen voorrang, gewone regels
- Maak ruimte: naar rechts, langzamer of stoppen
- Rood licht passeren mag alleen als het veilig kan
- Bebouwde kom: laat vertrekkende lijnbus invoegen (Artikel 43)
- Buiten de bebouwde kom heeft de bus geen voorrang
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Alleen bij ZOWEL blauw zwaailicht ÉN sirene tegelijk is het een voorrangsvoertuig; enkel zwaailicht = géén voorrang.
- Ruimte maken mag, maar niet gevaarlijk: door rood of over een stopstreep rijden om plaats te maken alleen als het veilig kan — anders wachten.
- De bus-voorrang geldt UITSLUITEND binnen de bebouwde kom, en alleen als de bus richting aangeeft én daadwerkelijk wégrijdt van de halte.
- Buiten de bebouwde kom heeft de vertrekkende bus géén voorrang — dan geldt gewoon wie voorging.
- Jij blijft zelf verantwoordelijk voor je manoeuvre; blindelings uitwijken en zo een aanrijding veroorzaken komt voor jouw rekening.
- In Amsterdam trekken trams en bussen bij haltes vaak abrupt op — ook al heb jij formeel voorrang, anticipeer en houd afstand.
Trams (bijna altijd voorrang) en spoorwegovergangen
Een tram gaat bijna altijd voor, ook van links; bij een overweg heeft de trein altijd voorrang.
- Tram voor, van links én rechts (Artikel 15 RVV 1990)
- Rechts-gaat-voor beschermt je niet tegen een tram
- Uitzondering: tram met haaientanden, bord of rood tramlicht
- Aparte tramlichten: streep = stop, driehoek/stip = doorrijden
- Houd rails vrij, stop er nooit op, ook niet in de file
- Overweg (andreaskruis): trein altijd voor, niet oprijden bij rood
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Tram van links én van rechts gaat vóór: 'rechts gaat voor' geldt niet tegen een tram.
- Uitzondering: heeft de tram zelf haaientanden, een voorrangsbord of rood tramlicht, dan verleent de tram voorrang — in Amsterdam komt dit echt voor.
- Blijf nooit op de trambaan of tramrails stilstaan, ook niet in de file; houd de rails en de overweg altijd vrij.
- Kijk apart naar de aparte tramlichten (witte figuren) — die staan los van de gewone verkeerslichten en kunnen iets anders aangeven.
- Spoorwegovergang: knipperend rood, rinkelende bellen of dalende bomen = stoppen, ook al zie je nog geen trein.
- Enkel Andreaskruis = één spoor; dubbel Andreaskruis = meerdere sporen (er kan een tweede trein uit de andere richting komen — wacht op vrij zicht).
- Amsterdamse tramkruisingen combineren vaak tram, fiets én auto op één plek; ontwar de signalen rustig en ga niet blind mee met de auto vóór je.
Oefenen? Maak de gratis vragen over voorrang, met uitleg bij elk antwoord.
Borden bij dit onderwerp
De borden die bij dit hoofdstuk horen, met hun betekenis:
Oefen dit met 2.609 vragen en 19 animaties
Rijtheorie Hub oefent precies zoals het CBR-examen: 50 vragen, 30 minuten, geslaagd vanaf 44. Gratis te proberen, in 12 talen.
Download gratis