Home › Theoriegids › Weer en omstandigheden: regen, mist, gladheid, wind, zon en water
Weer en omstandigheden: regen, mist, gladheid, wind, zon en water
Regen en aquaplaning
Bij regen: pas je snelheid aan zodat je binnen je zichtafstand kunt stoppen.
- Vergroot volgafstand van 2 naar 3-4 seconden
- Gevaarlijkst: eerste regen na droogte (gladde film)
- Aquaplaning: banden 'drijven' op water, stuur voelt licht
- Bij aquaplaning: niet remmen, gas los, stuur recht
- Risico stijgt bij hoge snelheid en versleten banden
- Profieldiepte: minimaal 1,6 mm, grip daalt onder 3 mm
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Eerste 10-15 minuten regen na droogte zijn het gladst; de weg is dan gevaarlijker dan tijdens een lange, hevige bui die het vuil al heeft weggespoeld.
- In Amsterdam zijn natte tramrails berucht glad: rem en stuur nooit precies óp de rails, maar kruis ze zoveel mogelijk haaks en met constante snelheid.
- Herfstbladeren op natte grachtenstraten (rond het Vondelpark en de grachtengordel) werken als zeep boven op het al gladde wegdek.
- Vrachtwagens en bussen maken enorme opspattende waterwolken die je zicht seconden lang volledig kunnen wegnemen; houd extra afstand voor je inhaalt.
- Cruise control uitzetten bij hevige regen: bij aquaplaning kan het systeem juist gas blijven geven en de wielen laten doorslippen.
Mist: verlichting én snelheid
In mist: dimlicht aan en snelheid fors omlaag naar je zicht.
- Gebruik dimlicht, groot licht is verboden en verblindt
- Mistvoorlicht mag bij ernstig verminderd zicht
- Mistachterlicht alleen bij zicht onder 50 meter
- Zet mistachterlicht uit zodra zicht verbetert
- Vuistregel: zichtbare meters = max snelheid in km/u
- Snelweg: hectometerpaaltjes staan om de 100 meter
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Veelgemaakte fout: mistachterlicht laten branden terwijl het al opgeklaard is — dat is niet alleen hinderlijk maar ook verboden en beboetbaar.
- Alléén stadslicht/parkeerlicht is bij mist onvoldoende; je moet dimlicht voeren, ook midden op de dag.
- Automatische koplampen en dagrijverlichting misleiden: dagrijlichten laten je achterlichten vaak úit; zet daarom bij mist handmatig je dimlicht aan.
- Amsterdamse grachten en de havens (rond het IJ en Westpoort) geven vroeg in de ochtend plotselinge, plaatselijke mistbanken — het zicht kan binnen honderd meter halveren.
- Bij dichte mist geen 'achterlicht-jager' worden: te dicht op de rode lichten voor je gaan hangen geeft schijnveiligheid en een veel te korte remmarge.
IJzel, sneeuw en gladheid — bruggen en viaducten bevriezen het eerst
Bij gladheid: alles rustig doen en bruggen bevriezen het eerst.
- Optrekken, sturen en remmen: alles voorzichtig
- IJzel is verraderlijk: weg lijkt nog nat en zwart
- Bruggen en viaducten bevriezen eerst en het langst
- Amsterdamse grachtenbruggen kunnen spekglad zijn
- Bij slippen: niet remmen, koppeling in, licht bijsturen
- Bij sneeuw: ramen, spiegels, lichten en dak vrijmaken
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Amsterdam-valkuil: je rijdt van een normale, natte straat een grachtenbrug op — juist dáár, op het hoogste punt, ligt de ijzel; minder gas en niet remmen op de brug zelf.
- Dooi is niet automatisch veilig: smeltwater dat 's avonds weer bevriest maakt de weg de volgende ochtend opnieuw glad, en gestrooid zout werkt niet bij extreme kou.
- Bij sneeuw hoog opgetrokken auto's/vrachtwagens: sneeuw of ijs dat van hun dak of laadklep waait kan je ruit ineens onbruikbaar maken.
- ABS voorkomt slippen niet — het houdt alleen het stuur bestuurbaar; op ijs blijft je remweg extreem lang, dus anticipeer veel eerder.
- Fietsers en scooters vallen op gladde bruggen vaak vlak vóór of náást je; houd op Amsterdamse bruggen extra zijafstand en snelheid laag.
Harde zijwind op open wegen, dijken en bij het passeren van vrachtwagens
Zijwind slaat toe op open plekken en bij vrachtwagens — houd stuur stevig vast.
- Erg op dijken, hoge bruggen en open vlaktes
- Houd stuur met beide handen vast, matig snelheid
- Gevaarlijk zijn plotselinge overgangen na luwte
- Vrachtwagen passeren: eerst zuiging, dan volle windstoot
- Corrigeer in twee fasen: bijstuur klaar, daarna loslaten
- Lege bestelbussen, caravans en motoren zijn extra gevoelig
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- De grootste windstoot komt níet midden op de open weg maar precies bij de overgang beschut→onbeschut (einde geluidsscherm, einde brugleuning, gat tussen gebouwen).
- Bij het passeren van een vrachtwagen kantelt de wind twee keer van richting; wie maar één correctie inbouwt, slingert er na de inhaalactie overheen.
- Amsterdamse hoge bruggen en de dijken van Waterland en het IJmeer combineren zijwind mét mogelijke gladheid — een dubbel risico.
- Een lege of hoge bestelbus (populair in de stad) voelt wind veel sterker dan een gewone auto; verhuur je er een, reken op meer stuurcorrecties.
- Meewaaiend takken- en bladafval of half opengeslagen portieren van geparkeerde bezorgbusjes langs de kade kunnen bij storm ineens in je baan komen.
Laagstaande zon, rijden in het donker en door water rijden
Lage zon, donker en water zetten zicht en grip extra op de proef.
- Lage zon verblindt: houd voorruit schoon, gebruik zonneklep
- Draag zonnebril en minder snelheid; fietsers slecht zichtbaar
- Donker: schone lichten, groot licht als niemand nadert
- Schakel tijdig terug naar dimlicht, rem niet 'buiten je lichten'
- Rijd nooit blind een diepe plas of ondergelopen tunnel in
- Door ondiep water: langzaam rijden, daarna remmen testen
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Laagstaande zon vlak achter je verblindt óók: tegemoetkomers en jij zien elkaar slecht, en je eigen achterlichten vallen weg tegen fel licht — extra afstand houden.
- Kruispunt met tegenzon: je ziet fietsers die van rechts komen soms pas op het laatste moment; op Amsterdamse kruispunten met veel fietsverkeer is dat levensgevaarlijk.
- Groot licht is in de stad niet verboden, maar je moet dimmen zodra je een andere weggebruiker tegenkomt of kort achter iemand rijdt (RVV art. 32) — met straatverlichting en overal fietsers en voetgangers heeft het daar zelden zin; op de donkere dijken van Waterland juist wél, maar dim tijdig voor tegenliggers én fietsers.
- Ondergelopen onderdoorgangen (typisch onder spoorviaducten in en rond Amsterdam) zijn dieper dan ze lijken; een halve meter stromend water tilt een auto al op.
- Na door water rijden niet meteen weer hard kunnen remmen: eerst een paar keer zachtjes remmen om de remschijven droog te 'vegen'.
Oefenen? Maak de gratis vragen over bijzondere omstandigheden, met uitleg bij elk antwoord.
Oefen dit met 2.609 vragen en 19 animaties
Rijtheorie Hub oefent precies zoals het CBR-examen: 50 vragen, 30 minuten, geslaagd vanaf 44. Gratis te proberen, in 12 talen.
Download gratis