9 gratis oefenvragen over bijzondere omstandigheden voor het CBR theorie-examen auto. Rijden bij regen, mist, gladheid, harde wind, laagstaande zon en in het donker. Na elk antwoord zie je de uitleg en de bron. In de app zitten 196 vragen over dit onderwerp.
Dit moet je weten
Bij regen: pas je snelheid aan zodat je binnen je zichtafstand kunt stoppen.
In mist: dimlicht aan en snelheid fors omlaag naar je zicht.
Bij gladheid: alles rustig doen en bruggen bevriezen het eerst.
Zijwind slaat toe op open plekken en bij vrachtwagens — houd stuur stevig vast.
Lage zon, donker en water zetten zicht en grip extra op de proef.
1. Er hangt dichte mist en je kunt nog maar zo'n 60 meter ver zien. Wat past het beste bij je rijgedrag?
Uitleg: Je snelheid moet zodanig zijn dat je op de afstand waarover je vrij zicht hebt tot stilstand kunt komen (RVV 1990 art. 19). Bij 60 meter zicht betekent dit fors afremmen. Grootlicht is bovendien af te raden bij mist, omdat het licht terugkaatst en het zicht juist verslechtert. Bron: RVV 1990 art. 19
2. De slagbomen zijn open, maar aan de overkant van de spoorwegovergang staat het verkeer stil. Wat doe je?
Uitleg: Je mag een spoorwegovergang nooit oprijden als je die niet volledig kunt vrijmaken; je mag nooit op het spoor tot stilstand komen. Wacht dus tot de overkant vrij is. Bron: RVV 1990 Art. 6 / CBR — spoorwegovergang
3. De rode knipperlichten bij een spoorwegovergang gaan uit en de bomen beginnen omhoog te gaan, maar dan zie je de lichten opnieuw knipperen. Wat doe je?
Uitleg: Zolang de rode lichten knipperen of de bomen niet omhoog zijn, blijf je wachten; na één trein kan direct een tweede volgen. Bron: CBR kennis — spoorwegovergang (tweede trein)
4. Je rijdt 's nachts op een onverlichte weg. Waarom mag je nooit sneller rijden dan de snelheid waarbij je binnen het bereik van je koplampen kunt stoppen?
Uitleg: Je past je snelheid zo aan dat je kunt stoppen binnen het stuk weg dat je koplampen verlichten; anders zie je een obstakel te laat om nog te kunnen remmen. Bron: CBR kennis — rijden in het donker
5. Je rijdt 's nachts op een onverlichte weg buiten de bebouwde kom. Wanneer mag je je grootlicht laten branden?
Uitleg: Grootlicht mag alleen als je er niemand mee verblindt; voor tegenliggers en als je kort achter iemand rijdt, schakel je over naar dimlicht (RVV 1990 art. 32). Bron: RVV 1990 Art. 32 (grootlicht)
6. Het heeft gevroren en de zon breekt door. Welk weggedeelte blijft het langst glad?
Uitleg: Beschaduwde stukken krijgen minder zon, worden eerder glad en blijven langer glad; pas daar je snelheid op aan. Bron: CBR kennis — gladheid in de schaduw
7. Je rijdt op de snelweg een verlichte tunnel binnen. Wat doe je met je verlichting?
Uitleg: In een tunnel is dimlicht altijd verplicht, ook als de tunnel verlicht is. Zo blijf je zichtbaar voor andere weggebruikers. Bron: RVV 1990 art. 32 (verlichting in tunnel)
8. Een tegenligger vergeet te dimmen en verblindt je. Mag je zelf grootlicht voeren zodat hij ook wordt verblind en gaat dimmen?
Uitleg: Nooit terugverblinden: dan ziet niemand meer iets. Kijk naar de rechter wegrand, minder je snelheid en blijf op dimlicht rijden. Bron: RVV 1990 art. 32 (groot licht / verblinding)
9. Het regent hard en je zicht wordt minder. Mag je nu je mistachterlicht inschakelen?
Uitleg: Het mistachterlicht mag alleen bij mist of sneeuwval met zicht onder 50 meter, niet bij regen; het licht verblindt dan het achteropkomende verkeer. Bron: RVV 1990 Art. 34 (mistachterlicht)
Ezelsbruggetjes bij dit onderwerp
🌉❄️🥶Bij vorst bevriezen bruggen en viaducten het eerst: koude lucht stroomt er ook van onderen langs.
Stel je een brug voor die het koud heeft van ONDER en BOVEN — daarom trekt hij als eerste een ijsjas aan. De weg op de grond heeft de warme aarde als deken; de brug hangt in de lucht en rilt het eerst.
🚗💦🏄Aquaplaning: bij hogere snelheid op nat wegdek verliezen de banden grip en 'zweeft' de auto op water. Verlaag je snelheid.
Hoe harder je gaat, hoe meer je auto een SURFPLANK wordt: de banden kunnen het water niet meer wegduwen en je surft stuurloos verder. Gas eraf = plank zakt terug in de zee en grijpt weer.
🌫️🔦2️⃣0️⃣0️⃣Bij mist die het zicht ernstig belemmert (vuistregel < 200 m) mag je mistlampen voor gebruiken; het mistachterlicht mag ALLEEN bij zicht < 50 m aan.
Tel de nullen als voetbalvelden: bij 200 m (twee-honderd) mag de VOORlamp aan, maar de felle ACHTERlamp is zo verblindend dat je 'm pas mag als de mist je bijna opslokt — 50 m, een halve nul minder. Voor = ver (200), Achter = akelig dichtbij (50).
🌬️🌉🚚Zijwind is het sterkst op open wegen, bruggen en bij bosranden/viaducten; houd het stuur stevig vast en let op inhalende vrachtwagens.
Op de open weg is de wind een onzichtbare REUS die tegen je auto duwt — maar achter een passerende vrachtwagen valt hij even weg, en zodra je erlangs bent geeft hij je een KLAP terug. Grijp het stuur als een stuurman in de storm.