Home › Theoriegids › Bijzondere wegtypen en hun regels
Bijzondere wegtypen en hun regels
Erf (woonerf): voetgangers voorop, maximaal 15 km/u, spelen toegestaan
In een erf rij je maximaal 15 km/u en heeft de voetganger altijd voorrang.
- Blauw bord: huis, spelend kind en auto
- Maximaal 15 km/u (wettelijke limiet sinds 2013)
- Voetgangers mogen hele weg gebruiken; spelen mag
- Parkeren alleen op vakken met P
- Bij verlaten van erf: voorrang aan al het verkeer
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Sinds 1 januari 2013 is 15 km/u de wettelijke maximumsnelheid in een erf (RVV 1990 art. 45); daarvóór stond er 'stapvoets' in de wet. Oudere boeken en websites zeggen soms nog 'stapvoets' — leer 15 km/u, en rijd bij spelende kinderen nog langzamer.
- Parkeren mag uitsluitend in de gemarkeerde vakken; buiten de vakken parkeren (ook 'even snel') levert een bekeuring op en is een veelgemaakte fout in Amsterdam.
- Bij het uitrijden van een erf heb jij GEEN voorrang: je moet iedereen op de kruisende weg, ook fietsers en voetgangers, voor laten gaan.
- Kinderen mogen op de rijbaan spelen; reken op ballen en overstekende kinderen, en houd er rekening mee dat jij als bestuurder zwaar aansprakelijk bent.
- In Amsterdam (Jordaan, De Pijp) lijken veel erven op gewone smalle straatjes - let op het blauwe erf-bord, de klinkerbestrating en het ontbreken van een verhoogde stoeprand.
Fietsstraat: 'auto te gast'
Op een fietsstraat pas je je aan de fietsers aan; de auto is te gast.
- Herkenbaar aan rood asfalt en 'auto te gast'
- Geen aparte categorie: normale regels gelden
- Pas je aan fietstempo aan; niet bumperkleven
- Fietsers mogen naast elkaar op de hele rijbaan
- Meestal 30 km/u binnen de bebouwde kom
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- 'Auto te gast' is GEEN voorrangsregel: de gewone voorrang (bijvoorbeeld verkeer van rechts) blijft gelden - de misvatting dat fietsers hier overal automatisch voorrang hebben is fout.
- De maximumsnelheid komt van het zonebord (meestal 30 km/h), niet van de fietsstraat zelf.
- Auto's mogen er wel degelijk rijden; een fietsstraat is niet afgesloten voor motorvoertuigen, tenzij een gesloten-verklaring dat apart aangeeft.
- Amsterdamse voorbeelden liggen rond het Vondelpark en delen van de Sarphatistraat - reken op druk tweerichtings-fietsverkeer dat je aan beide kanten inhaalt.
- Bij het inhalen van een fietser houd je ruim afstand (richtlijn circa 1,5 meter); vaak is gewoon achter blijven rijden de juiste keuze.
Busbaan en busstrook: wanneer je er wel mag rijden
Bus alleen, tenzij een bord anderen (bijv. TAXI) toelaat; de streep bepaalt of je erop mag.
- BUS op wegdek en/of blauw bord
- Busbaan = aparte rijbaan; busstrook = strook op rijbaan
- Anderen mogen alleen als bord het aangeeft (TAXI)
- Doorgetrokken streep: nooit overschrijden
- Onderbroken streep: kruisen mag, niet erop blijven rijden
- Sommige gelden alleen op tijden (onderbord)
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Doorgetrokken streep = je mag er helemaal niet overheen; onderbroken streep = alleen even kruisen om af te slaan of een inrit te bereiken, niet om er langs te rijden.
- Taxi's en andere voertuigen mogen er alleen op als een onderbord dat uitdrukkelijk toestaat; anders is het een overtreding.
- Fietsers en bromfietsers mogen normaal gesproken niet op de busbaan/busstrook, tenzij dat expliciet is aangegeven.
- In Amsterdam zijn veel banen gecombineerd voor bus en tram, en de handhaving gaat vaak via camera's (boete op kenteken) - kort 'meeliften' wordt geregistreerd.
- Een busstrook met onderbroken streep even kruisen om te parkeren mag, maar op de strook stilstaan of parkeren mag niet.
- Let op tijdvensters op het onderbord: buiten de aangegeven spitsuren mag de strook soms wel door iedereen worden gebruikt.
Trambaan en tramrails: voorrang en rijden op de rails
Op een kruispunt zonder borden gaat een tram altijd voor, ook als hij van links komt. Komt de tram van een zijweg met haaientanden, dan moet hij jou op de voorrangsweg voor laten gaan.
- Tram kan niet uitwijken, lange remweg
- Tram gaat voor, behalve bij haaientanden of borden voor de tram
- Trams hebben eigen witte lichten (balken/strepen)
- Op rails in de rijbaan rijden mag; tram nooit hinderen
- Aparte trambaan of bord: niet oprijden
- Bij halte zonder perron: in-/uitstappers laten oversteken
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- Let op bij trams: ook een tram moet voorrang verlenen als hij bij haaientanden of een voorrangsbord van een zijweg komt. Zonder borden of haaientanden gaat een tram wel voor.
- Tramlichten (witte strepen/balken) gelden alleen voor de tram; ze zijn niet jouw stoplicht - kijk naar je eigen verkeerslicht.
- Je mag op in de rijbaan liggende rails rijden, maar een aparte trambaan (eigen bedding of bord 'alleen trams') is verboden.
- In het centrum van Amsterdam liggen overal tramrails; trams duiken op uit onverwachte richtingen en gladde natte rails zijn extra gevaarlijk voor motoren en fietsers.
- Stopt een tram of bus bij een halte zonder vluchtheuvel, dan moet je stoppen en overstekende passagiers voor laten gaan.
- Blijf nooit op de rails staan in de file; een tram kan niet uitwijken en jij blokkeert de hele lijn.
Autoweg en autosnelweg: de verschillen
Snelweg = gescheiden rijbanen en 100 km/u overdag; autoweg is vaak enkelbaans, ook 100 km/u.
- Beide verbieden langzaam verkeer (fietsers, brommers, voetgangers)
- Snelweg: blauw bord met viaduct, vangrail, gescheiden rijbanen
- Snelweg: 100 km/u tussen 06-19u, anders bordwaarde (120/130)
- Snelweg: voertuigen onder 60 km/u verboden
- Autoweg: blauw bord met witte auto, vaak enkelbaans, 100 km/u
- Beide: niet stoppen, keren, achteruit of stilstaan
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- De 100 km/h op de autosnelweg geldt overdag tussen 06:00 en 19:00 uur; 's nachts geldt de hogere aangegeven snelheid - kijk naar de (soms elektronische) borden.
- Een autoweg heeft vaak GEEN vluchtstrook en kan tegemoetkomend verkeer hebben; inhalen is er veel riskanter en een pechauto staat dicht bij of op de rijbaan.
- Langzame voertuigen die het minimum niet halen zijn verboden; verwar de autoweg (wit autosymbool) niet met de autosnelweg (autosnelweg-symbool).
- In Amsterdam is de ringweg A10 een autosnelweg, maar de stedelijke S-routes (s100, s103, ...) zijn GEEN autowegen - dat zijn gewone stadswegen van 50 of 70 km/h, ook al voelen ze snel.
- Keren via de middenberm, achteruitrijden of stoppen is op beide wegen een zware overtreding.
- Rijd je met aanhanger of caravan, dan geldt vaak een lagere maximumsnelheid - ga niet automatisch van 100 uit.
Spitsstrook en vluchtstrook
De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen; de spitsstrook mag je enkel bij een groene pijl gebruiken.
- Vluchtstrook: uiterst rechts, doorgetrokken streep, alleen noodgevallen
- Niet erop rijden, inhalen of stilstaan om te bellen
- Pech: zo ver mogelijk rechts, alarmlichten, achter vangrail, 112
- Spitsstrook: extra strook, alleen bij drukte open
- Groene pijl = open, rood kruis = dicht
- Bij einde spitsstrook: op tijd invoegen
Let op: uitzonderingen en valkuilen
- De vluchtstrook is niet voor bellen, navigeren, plassen of rusten - alleen echte noodgevallen; oneigenlijk gebruik levert een boete op.
- Groene pijl = open, rood kruis = dicht; rijden onder een rood kruis is een zware overtreding.
- Is de spitsstrook de vluchtstrook en wordt hij gesloten, dan is het weer gewoon vluchtstrook - zorg dat je er dan niet meer op rijdt.
- Krijg je pech terwijl de spitsstrook open is, gebruik dan de vluchthavens en ga niet op de doorgaande strook stilstaan.
- In Amsterdam heeft de ring A10 spitsstroken die via matrixborden boven de weg open- en dichtgaan - kijk omhoog naar de signalen, niet naar de belijning op de grond.
- In de file de vluchtstrook gebruiken om een afrit te bereiken is verboden, ook al staat alles stil - het is een veelgemaakte overtreding.
- Houd de vluchtstrook vrij voor hulpdiensten; die hebben hem nodig om snel bij een incident te komen.
Oefenen? Maak de gratis vragen over verkeersregels, met uitleg bij elk antwoord.
Borden bij dit onderwerp
De borden die bij dit hoofdstuk horen, met hun betekenis:
Oefen dit met 2.609 vragen en 19 animaties
Rijtheorie Hub oefent precies zoals het CBR-examen: 50 vragen, 30 minuten, geslaagd vanaf 44. Gratis te proberen, in 12 talen.
Download gratis