10 gratis oefenvragen over verkeersregels voor het CBR theorie-examen auto. Snelheden, inhalen, rijstroken, verlichting, parkeren en stilstaan: de regels die je overal nodig hebt. Na elk antwoord zie je de uitleg en de bron. In de app zitten 297 vragen over dit onderwerp.
Dit moet je weten
Binnen de bebouwde kom geldt 50 km/u, maar in Amsterdam meestal 30.
Buiten de kom is de standaard 80 km/u; op een autoweg 100 km/u.
Overdag (06:00-19:00) geldt op vrijwel elke snelweg 100 km/u.
Matrixborden en gele werkborden gaan altijd boven vaste borden.
Met aanhanger gelden lagere maxima; op een woonerf rijd je maximaal 15 km/u.
1. Je bent in een parkeerschijf-zone en ziet een parkeerplaats met een blauwe streep. Wat moet je doen om hier te mogen parkeren?
Uitleg: Op plaatsen met een blauwe streep mag je alleen parkeren met een duidelijk zichtbare parkeerschijf (art. 25 lid 1 en 2 RVV 1990); zonder aanduiding is parkeren in de zone zelfs helemaal verboden. Bron: RVV 1990 art. 25 lid 1-2
2. Op een weg zijn parkeervakken met belijning aangegeven. Hoe moet je hier parkeren?
Uitleg: Zijn er parkeervakken aangegeven, dan moet de bestuurder daarbinnen parkeren (art. 24 lid 4 RVV 1990). Bron: RVV 1990 art. 24 lid 4
3. Je voegt in vanaf de invoegstrook naar de doorgaande rijbaan van de autosnelweg. Wat moet je doen?
Uitleg: Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, moeten het overige verkeer voor laten gaan (art. 54 RVV 1990). Bron: RVV 1990 art. 54
4. Je rijdt binnen de bebouwde kom deze zone 30 binnen. Na twee kruispunten heb je nog steeds geen ander snelheidsbord gezien. Welke maximumsnelheid geldt daar?
Uitleg: Art. 66 RVV 1990: staat boven een bord het woord 'zone', dan geldt het bord in het hele gebied tot het bord dat het einde van de zone aangeeft. Kruispunten maken daar geen einde aan. De 50 km/h van art. 20 geldt pas weer na het einde-zonebord; 15 km/h geldt alleen in een erf (art. 45). Bron: RVV 1990 art. 66; art. 20; bijlage 1 bord A1 (zone)
5. Bij deze winkelstraat staat bord E2 (verbod stil te staan). Je wilt hier even stoppen om een zware doos uit je auto te laden. Mag dat?
Uitleg: Nee. Bord E2 verbiedt het stilstaan zelf. Laden en lossen is geen parkeren (art. 1 RVV 1990), maar wel stilstaan, en juist dat is hier verboden. Bij een parkeerverbod (E1) zou direct laden of lossen wél mogen. Bron: RVV 1990 bijlage 1 bord E2; art. 1 (parkeren)
6. Buiten de bebouwde kom staat een lijnbus bij een halte en geeft met zijn richtingaanwijzer aan dat hij wil wegrijden. Ben je wettelijk verplicht hem de gelegenheid te geven om weg te rijden?
Uitleg: Nee. De plicht om een bus van een halte te laten wegrijden geldt volgens art. 56 lid 1 RVV 1990 alleen binnen de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom voert de buschauffeur een bijzondere manoeuvre uit (art. 54) en moet hij jou voor laten gaan. Rekening houden met de bus blijft natuurlijk verstandig. Bron: RVV 1990 art. 56 lid 1; art. 54
7. Je passagier wil precies op dit gelijkwaardige kruispunt uitstappen, omdat zijn bestemming op de hoek ligt. Mag je daarvoor op het kruispunt kort stilstaan?
Uitleg: Nee. Art. 23 lid 1 onder a RVV 1990 verbiedt het stilstaan op een kruispunt, ook voor het onmiddellijk laten uitstappen van een passagier. Rijd het kruispunt over en stop pas op een plek waar dat mag (minimaal 5 meter voorbij het kruispunt als je wilt parkeren, art. 24). Bron: RVV 1990 art. 23 lid 1 onder a
8. Je nadert dit kruispunt met bord B7 (stop) en een stopstreep. Je ziet nergens verkeer op de kruisende weg. Moet je toch helemaal stoppen?
Uitleg: Ja. Bord B7 betekent: stop en verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Art. 79 RVV 1990 verplicht je om voor de stopstreep te stoppen als stoppen op grond van het RVV verplicht is. Dat je geen verkeer ziet, verandert daar niets aan. Bron: RVV 1990 art. 79; bijlage 1 bord B7
9. Je staat geparkeerd langs de stoeprand en wilt wegrijden. De straat is leeg; je ziet geen enkele andere weggebruiker. Moet je toch een teken met je richtingaanwijzer geven?
Uitleg: Ja. Art. 55 RVV 1990: bestuurders van een motorvoertuig moeten een teken met hun richtingaanwijzer geven als zij willen wegrijden. De wet maakt geen uitzondering voor een lege straat; bovendien kun je iemand over het hoofd zien. Bron: RVV 1990 art. 55
10. Buiten de bebouwde kom rijd je op een voorrangsweg (bord B1). Mag je hier op de rijbaan kort stilstaan om je passagier direct te laten uitstappen?
Uitleg: Ja. Art. 24 lid 1 onder c RVV 1990 verbiedt buiten de bebouwde kom alleen het parkeren op de rijbaan van een voorrangsweg. Het onmiddellijk laten uitstappen is geen parkeren (art. 1) maar stilstaan, en dat staat niet in de stilstaverboden van art. 23. Kies wel een overzichtelijke plek. Bron: RVV 1990 art. 24 lid 1 onder c; art. 1 (parkeren); art. 23
Ezelsbruggetjes bij dit onderwerp
🏙️5️⃣0️⃣Binnen de bebouwde kom mag je maximaal 50 km/u.
Zie een reuzenzwaan (5) die op een leeg bord (0) drijft in de gracht: 50 door de stad. De zwaan sist naar iedereen die harder wil: 'Rustig, dit is de kom!'
🐄8️⃣0️⃣Buiten de bebouwde kom mag je maximaal 80 km/u.
Buiten de stad staat een dikke koe met een 8 op haar buik (twee ronde vlekken) naast een rond hooibaal-nul: 80 langs de weilanden. 'Boe-tenaf tachtig!' loeit ze.
🚗🔴1️⃣0️⃣0️⃣Op de autoweg (rood bord met witte auto) mag je maximaal 100 km/u.
Autowég = één auto op een rood bord, en één auto rijdt honderd: 1 met twee wielen erachter = 100. Onthoud: rode auto, ronde honderd.
🛣️☀️1️⃣0️⃣0️⃣🌙1️⃣3️⃣0️⃣Op de autosnelweg mag je 130 km/u, maar overdag tussen 06.00-19.00 uur geldt 100 km/u.
Op de snelweg slaapt de 130 overdag uit: als de zon schijnt (6-19u) mag je maar 100, pas als de maan opkomt spring je naar 130. Zon = honderd, maan = meer.