10 gratis oefenvragen over snelweg en autoweg voor het CBR theorie-examen auto. Invoegen en uitvoegen, rechts houden, inhalen, spitsstroken, matrixborden en pech onderweg. Na elk antwoord zie je de uitleg en de bron. In de app zitten 157 vragen over dit onderwerp.
Dit moet je weten
Als invoeger moet JIJ je aanpassen en het gat vinden; doorgaand verkeer hoeft geen voorrang te verlenen.
Zit op tijd rechts en rem pas op de uitvoegstrook, niet op de doorgaande rijbaan.
Houd rechts en haal alleen links in — behalve bij rijden in file of kolonnes.
De snelweg is alleen voor voertuigen die minstens 60 km/h kunnen én mogen rijden.
De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen: stap rechts uit en ga achter de vangrail staan.
Volg de matrixborden; een rood kruis betekent afgesloten strook — verlaat die meteen.
1. Je rijdt op de autosnelweg achter twee vrachtwagens die kort achter elkaar rijden en wilt ze allebei inhalen. Rechts houden is de regel. Mag je na de eerste vrachtwagen op de linkerrijstrook blijven tot je ook de tweede voorbij bent, in plaats van tussendoor even terug naar rechts te gaan?
Uitleg: Ja. Je moet zóveel mogelijk rechts houden (art. 3 lid 1 RVV), maar niet meer dan redelijkerwijs mogelijk is: in het kleine gat tussen twee vrachtwagens kun je niet veilig terugkeren zonder de volgafstand te verliezen (art. 19, art. 5 WVW). Je rondt het inhalen van beide vrachtwagens vlot af en gaat daarna direct weer naar rechts. Bron: RVV 1990 art. 3 lid 1; art. 19; WVW 1994 art. 5
2. Je nadert het einde van de invoegstrook en wilt de autosnelweg op. Wat is de juiste manier om in te voegen?
Uitleg: Bij invoegen pas je je snelheid aan het doorgaande verkeer aan en voeg je in in een gat; je hebt geen voorrang en moet het overige verkeer voor laten gaan. Bron: RVV 1990 art. 54 (bijzondere manoeuvre: invoegen) en art. 55
3. Je rijdt op een rustige autosnelweg met drie rijstroken en blijft zonder reden op de middelste rijstrook rijden. Wat is juist?
Uitleg: Je houdt zoveel mogelijk rechts en keert na het inhalen weer naar rechts terug; zonder reden op een midden- of linkerstrook blijven rijden mag niet. Bron: RVV 1990 art. 3 (rechts houden)
4. Je staat in de file op de autosnelweg en merkt dat de rechterrijstrook sneller doorrijdt dan de linker. Wat mag je doen?
Uitleg: Rechts inhalen is verboden, maar in een file mogen de rijstroken onafhankelijk rijden en mag rechts sneller gaan dan links. Bron: RVV 1990 art. 11 (inhalen)
5. Je wilt de autosnelweg verlaten via de uitrijstrook. Waar rem je pas af tot een lagere snelheid?
Uitleg: Je houdt je snelheid aan tot je op de uitrijstrook bent en remt daar pas af; afremmen op de doorgaande rijbaan brengt achteropkomend verkeer in gevaar. Bron: RVV 1990 art. 54 (uitrijstrook oprijden) en art. 55
6. Rond het middaguur rijd je hier zonder dat er een aanvullend snelheidsbord staat. Hoe hard mag je met je personenauto?
Uitleg: Sinds maart 2020 geldt overdag (06:00-19:00) landelijk een maximum van 100 km/h op de autosnelweg, tenzij een bord een andere snelheid aangeeft. Bron: Bord G1 (autosnelweg) / RVV 1990 art. 21
7. Je bent op de autosnelweg net je afrit voorbijgereden. Wat moet je doen?
Uitleg: Keren en achteruitrijden zijn op de autosnelweg en autoweg verboden; je rijdt gewoon door naar de volgende afrit. Bron: RVV 1990 art. 43 (verboden manoeuvres op autosnelweg/autoweg)
8. Je hebt op de autosnelweg links een langzamere auto ingehaald. Wat doe je daarna?
Uitleg: Na het inhalen ga je weer naar rechts zodra dat veilig kan zonder de ingehaalde auto te snijden; de linkerrijstrook is alleen om in te halen. Bron: RVV 1990 art. 11 (inhalen) / art. 3 (rechts houden)
9. Mag je met een brommobiel of voertuig dat niet harder kan dan 50 km/u de autosnelweg op?
Uitleg: Op de autosnelweg mogen alleen motorvoertuigen die harder kunnen én mogen rijden dan 60 km/u; op de autoweg is de grens 50 km/u. Een voertuig dat niet harder kan dan 50 km/u mag dus niet de autosnelweg op. Bron: RVV 1990 art. 42
10. Je rijdt per ongeluk een afrit voorbij op de autosnelweg. Mag je op de vluchtstrook achteruit terug naar de afrit?
Uitleg: Keren en achteruitrijden op de autosnelweg (en autoweg) is streng verboden en zeer gevaarlijk. Je rijdt door tot de volgende afrit en keert daar netjes om. Bron: RVV 1990 art. 43 — keren/achteruitrijden
Ezelsbruggetjes bij dit onderwerp
De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen: pech of een ongeval. Je mag er niet op rijden, niet inhalen en niet stilstaan om te wachten of te bellen.
Zie de vluchtstrook als een ziekenhuisgang: gereserveerd voor de ambulance en de auto met pech, nooit een sluiproute voor wie haast heeft.
Op de autosnelweg mogen alleen motorvoertuigen die door hun constructie sneller dan 60 km/h kunnen rijden. Op de autoweg geldt sneller dan 50 km/h.
Het langere woord krijgt het hogere getal: autoSNELweg = 60, autoweg = 50. Sneller woord, snellere drempel.
Een rood kruis (X) op het matrixbord boven een rijstrook betekent dat die strook is afgesloten. Je mag er niet onder doorrijden en moet die strook zo snel mogelijk verlaten.
Een rood kruis is als een fout antwoord dat wordt doorgestreept: die strook is 'weggekruist', dus wissel eruit.
Een groene pijl recht omlaag op het matrixbord betekent: deze strook is open. Een knipperende schuine pijl betekent: verlaat deze strook en ga naar de aangegeven kant.
Groene pijl = groen licht om door te gaan; de schuine knipperpijl 'duwt' je vriendelijk naar de kant die hij aanwijst.