10 gratis oefenvragen over verkeersinzicht voor het CBR theorie-examen auto. Vooruitkijken, afstand houden, je stopafstand kennen en inschatten wat anderen gaan doen. Na elk antwoord zie je de uitleg en de bron. In de app zitten 189 vragen over dit onderwerp.
Dit moet je weten
Sla je rechtsaf en kruis je een fietspad, dan hebben rechtdoorgaande fietsers en snorfietsers altijd voorrang.
Open je portier met je verste hand ('Dutch reach') zodat je vanzelf omkijkt naar de fietser.
Snorfiets (blauw, 25 km/u) rijdt op het fietspad, bromfiets (geel, 45 km/u) op de rijbaan.
Op de fietsstraat is de auto te gast: blijf achter de fietsers en rijd verdedigend, want zij zijn kwetsbaar.
Geef bakfietsen en kinderen extra ruimte en ga bij een kruispunt nooit rechts naast een vrachtwagen staan.
1. 's Nachts rijd je met groot licht op een buitenweg. Je haalt een langzamere auto in en nadert hem van achteren. Wat doe je met je verlichting?
Uitleg: Art. 32 lid 2 RVV: groot licht is niet toegestaan bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig (en bij het tegenkomen van een weggebruiker). Knipperen met groot licht mag alleen ter afwending van dreigend gevaar (art. 28), niet om inhalen aan te kondigen; verlichting uitzetten bij nacht is verboden (art. 32 lid 1). Bron: RVV 1990 art. 32 lid 2 en art. 28
2. 's Nachts vergeet een tegenligger zijn groot licht te dimmen en je wordt verblind. Wat is de veiligste reactie?
Uitleg: Art. 19 RVV: je moet kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien; verblind zie je minder, dus moet je snelheid omlaag. Zelf groot licht voeren bij het tegenkomen is verboden (art. 32 lid 2) en verblindt ook hem. In zijn lampen kijken versterkt de verblinding, en abrupt stoppen op de rijbaan is gevaarlijk voor achterliggers. Bron: RVV 1990 art. 19 en art. 32 lid 2
3. De auto vóór je mindert vaart vlak voor een zebrapad, terwijl je zelf geen voetganger ziet. Wat is de juiste keuze?
Uitleg: Art. 12 RVV verbiedt inhalen vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats. De remmende voorligger is bovendien een signaal: hij ziet waarschijnlijk een voetganger die voor jou nog verborgen is en die je moet laten voorgaan (art. 49 lid 2). Claxonneren is alleen toegestaan bij dreigend gevaar (art. 28) en rechts voorbijrijden via de fietsstrook is hier evenmin toegestaan (art. 11 en 12). Bron: RVV 1990 art. 12 en art. 49 lid 2
4. Je rijdt 's nachts op een donkere, onverlichte buitenweg. Er is geen tegenligger en er rijdt niemand vóór je. Welke verlichting kies je het best?
Uitleg: Art. 32 lid 2 RVV: groot licht in plaats van dimlicht is toegestaan, behalve bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker en bij het op korte afstand volgen. Op een lege donkere weg vergroot groot licht je zichtafstand en dus je reactieruimte (art. 19). Mistlicht mag alleen bij mist, sneeuw of regen die het zicht ernstig belemmert (art. 34); bij nacht is dimlicht of groot licht verplicht, stadslicht alleen is te weinig (art. 32 lid 1). Bron: RVV 1990 art. 32 en art. 34
5. Op een kruispunt zonder verkeerslichten wil jij linksaf. Een tegenligger wil op hetzelfde kruispunt rechtsaf, dezelfde straat in als jij. Wie gaat voor?
Uitleg: Art. 18 lid 2 RVV: bestuurders die naar links afslaan, moeten tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt naar rechts afslaan voor laten gaan ('korte bocht gaat voor lange bocht'). Wie het eerst bij het kruispunt was, speelt geen rol. Bron: RVV 1990 art. 18 lid 2
6. Overdag breekt een hevige regenbui los; het zicht wordt ernstig belemmerd. Je auto heeft automatisch dagrijlicht. Wat is juist?
Uitleg: Art. 32 lid 1 RVV: ook bij dag moet je dimlicht voeren als het zicht ernstig wordt belemmerd. Dagrijlicht brandt alleen vóór; pas met dimlicht branden ook je achterlicht en kentekenverlichting (lid 3), zodat je van achteren zichtbaar bent. Mistachterlicht mag alleen bij mist of sneeuw met zicht onder 50 meter (art. 34 lid 2); groot licht bij dag is verboden (art. 32 lid 2). Bron: RVV 1990 art. 32 lid 1 en 3; art. 34 lid 2
7. 's Nachts rijd je met groot licht op een buitenweg. Er nadert een tegenligger. Mag je je groot licht aan laten tot hij voorbij is?
Uitleg: Nee. Groot licht is niet toegestaan bij het tegenkomen van een andere weggebruiker (art. 32 lid 2 onder b): je dimt tijdig zodat je de tegenligger niet verblindt, en schakelt pas weer over op groot licht als hij voorbij is. Bron: RVV 1990 art. 32 lid 2
8. Je nadert een kruispunt met bord B6 en haaientanden, maar het verkeerslicht werkt en staat voor jou op groen. Van links nadert een auto. Mag je doorrijden zonder hem voor te laten gaan?
Uitleg: Ja. Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen (art. 64): bij groen mag je doorgaan (art. 68 lid 1) en de auto van links heeft rood, dus je hoeft hem niet voor te laten gaan. Kijk wel of hij ook echt stopt. Bron: RVV 1990 art. 64; art. 68 lid 1
9. Op deze buitenweg (80 km/u) regent het en het wegdek is nat. Is de wettelijke maximumsnelheid daardoor automatisch lager dan 80 km/u?
Uitleg: Nee. De maximumsnelheid buiten de bebouwde kom blijft 80 km/u (art. 21); regen verandert de limiet niet. Wel moet je je snelheid aanpassen zodat je binnen de vrije, overzichtelijke afstand kunt stoppen (art. 19), en dat betekent op een nat wegdek meestal duidelijk langzamer dan 80. Bron: RVV 1990 art. 21; art. 19
10. Op een 80-weg rijd je achter een tractor. Er nadert een tegenligger. Mag je de tractor nu inhalen?
Uitleg: Nee. Je haalt links in (art. 11 lid 1) en gebruikt daarbij de rijstrook van de tegenligger; met naderend tegemoetkomend verkeer veroorzaak je gevaar of hinder (WVW 1994 art. 5). Wacht tot de tegenligger voorbij is en de weg lang genoeg vrij is. Bron: WVW 1994 art. 5; RVV 1990 art. 11 lid 1